Voorwoord
“Er was één foto waar mijn blik altijd wat langer op bleef hangen. Het was een portretfoto. Mijn opa droeg een lichte coltrui met een donker colbertje. Zijn haren keurig gekamd, een kleine glimlach op zijn gezicht en een open, vriendelijke, nieuwsgierige blik in zijn ogen. Hij zal toen begin twintig geweest zijn.”
