
Geschatte leestijd: 10 minuten
Tegenover me zat een pittige dame van halverwege de vijftig. Ze droeg haar donkerblonde haar in een kort kapsel dat aan de zijkanten en achterkant was opgeschoren en ze had knaloranje lippenstift op. Haar blauwe ogen, die met zwarte eyeliner en mascara flink waren aangezet, keken me fel aan.
‘Die vuile klootzak!’ riep ze boos.
Ik kon haar geen ongelijk geven. Een aantal dagen eerder had de gemeente mij gevraagd of ik mevrouw de Vries, de dame die nu tegenover me zat te foeteren, onder bewind wilde nemen. Zij en haar toekomstige ex-partner lagen in scheiding en er was sprake van een flinke schuldensituatie.
‘Dit kan toch helemaal niet!’ riep ze, nog steeds boos.
Tsja, dáár had ze dan weer geen gelijk in. ‘Ik begrijp dat u ontzettend boos bent. Alleen waren jullie helaas getrouwd in gemeenschap van goederen.’
‘Ja, nou en? Het zijn toch ZIJN schulden!’ brulde ze. ‘Dit staat zelfs in onze scheidingspapieren! Alle schulden zijn van HEM, niet van mij! Zelfs de advocaat heeft dat gezegd tegen me.’
Ik schudde mijn hoofd. ‘Het spijt me heel erg dat ik u nu uit die droom moet helpen, maar omdat jullie getrouwd waren, ín gemeenschap van goederen,’ benadrukte ik nogmaals, ‘toen de schulden gemaakt werden, bent u ook voor honderd procent aansprakelijk. Dat is zo geregeld volgens de wet. Het maakt niet uit wat jullie onderling in een scheidingsconvenant zetten, de schuldeisers kunnen de volledige schuld bij uw man verhalen óf bij u.’
‘Nee, nee, dat klopt echt niet. De advocaat heeft mij verteld dat mijn man, nee, sorry, éx-man, de volledige schuld op zich zal nemen. Dat is verdorie wel het minste wat hij kan doen, de vuile bedrieger.’
‘Zoiets kan prima in een convenant gezet worden, alleen zijn die afspraken juridisch gezien niets waard wanneer uw man de schulden niet terug kán betalen of weigert terug te betalen. En van wat ik begrepen heb, wil hij nergens aan meewerken.’
Ze snoof verontwaardigd. ‘Het is toch niet míjn schuld dat hij zich zo gedraagt?’
‘Nee, dat is het ook niet. Maar wiens schuld het ook is, het veranderd niets aan het feit dat de schuldeisers jullie gezamenlijke schuld…’
‘Gezamenlijk? Niets gezamenlijk!! ZIJN SCHULD!,’ gilde ze
‘…ook op u gaan verhalen,’ maakte ik mijn zin af.
Ze keek me weer boos aan.
‘Echt, ik begrijp uw boosheid heel goed mevrouw de Vries, alleen kan ik daar niet in mee gaan. Als ik dat zou doen, zou ik mijn werk niet goed kunnen doen.’
Ze brieste zachtjes. ‘Wat moet ik nu dan?’ vroeg ze. ‘Ik heb hier toch allemaal geen verstand van.’
Zoals ik wel meer tegenkwam, had mevrouw de Vries nog nooit gewerkt. Nou ja, betááld werk bedoel ik dan. Ze was als jonge meid verliefd geworden op haar bijna-ex-man, ze waren jong getrouwd, kregen jong kinderen en het was eigenlijk vanzelfsprekend geweest dat zij thuis bleef om voor de kinderen te zorgen. En haar man bracht niet alleen het geld binnen, maar regelde ook alle financiën. Daar had mevrouw de Vries met haar zesenvijftig jaar dus geen kaas van gegeten. Oók iets wat ik regelmatig tegenkwam. Toen alle kinderen het huis uit waren, had haar toekomstige ex-man haar meegedeeld dat hij een ander had. Hij was vertrokken uit hun huurwoning en was ingetrokken bij zijn nieuwe vlam, mevrouw de Vries achterlatend met een berg schulden – het leek er dus op dat hij eigenlijk ook maar weinig kaas gegeten had van financiën – maar zonder enige kennis van zaken.
‘Nou, dat is dus precies de reden dat u mij nu heeft als uw bewindvoerder. Ik heb gelukkig wel verstand van zulke situaties. Om te beginnen gaan we een budgetplan opstellen zodat we precies kunnen zien hoeveel geld u te besteden heeft voor bijvoorbeeld de boodschappen.’
‘Ik moet ongeveer tweehonderd euro per week voor de boodschappen hebben,’ deelde ze me mee.
Oh jee, dacht ik. ‘Wel, u ontvangt nu een bijstandsuitkering. Waarschijnlijk zult u het nu moeten gaan doen met ongeveer zeventig euro per week.’
Ze keek me sprakeloos aan.
‘Met het risico dat er schuldeisers zijn die beslag gaan leggen. Als dat gaat gebeuren, heeft u misschien nog minder te besteden per week.’
‘Beslag leggen? Beslag leggen! Dat zal toch zeker niet. Dat mag helemaal niet als ik onder bewind sta.’ Ze wees naar me. ‘Dat is jouw taak toch, dat ze geen beslag kunnen leggen?’
‘Nou, helaas is dat niet zo. Ook wanneer u een bewindvoerder heeft, kunnen ze gewoon beslag leggen op uw inkomen. Het enige dat ik dan kan doen is er voor zorgen dat ze zich daarbij wel aan alle regels houden en dus niet te véél beslag leggen. Maar tegenhouden kan ik dat niet. Dat kan pas nadat de gemeente een schuldenregeling voor u heeft opgestart en alle schuldeisers akkoord zijn gegaan. Pas vanaf dat moment mag er geen beslag meer gelegd worden. En als de schuldeisers niet akkoord gaan, dan kan het verzoek ingediend worden bij de rechter. Die kan de schuldeisers dan verplichten om akkoord te gaan. In dat geval zit u in de WSNP.’
‘En hoe lang gaat dat dan duren?’ vroeg ze, een beetje venijnig.
‘Als u eenmaal een schuldenregeling heeft lopen?’
‘Nee, ja, nou ja, ook dat, maar ik bedoel voordat die regeling wordt gestárt.’
‘Tsja,’ zei ik peinzend, ‘op dit moment is de scheidingsprocedure nog in volle gang. Jullie zijn er nog niet over uit hoeveel partneralimentatie hij u moet gaan betalen en ook is het nog niet zeker wie er in jullie gezamenlijke huurwoning kan blijven wonen. Pas als dat allemaal is opgelost, de scheiding officieel is uitgesproken én uw inkomen en uitgaven stabiel zijn, kan de gemeente namens u de voorstellen gaan opstellen voor de schuldeisers.’
‘En mijn ex-klootzak komt hiermee weg?!’ brulde ze.
Poeh.
Ik wist dat haar boosheid niet op mij gericht was, maar om nu te zeggen dat ik genoot van haar aanvallende toon… Ik telde dus even tot tien voordat ik antwoord gaf. ‘Met uw bijstandsuitkering kunt u straks in een regeling via de gemeente ongeveer een totaalbedrag van achttienhonderd euro aflossen. Als ik kijk naar de hoogte van alle de schulden, en tot nu toe komen we al op ongeveer veertigduizend euro, betekent dit dat er nog zeker achtendertigduizend euro schuld overblijft. Dát bedrag kunnen ze na uw schuldenregeling nooit meer op u verhalen, alleen nog op uw ex. En dat zullen de schuldeisers ook zeker doen. Het is vervolgens aan uw ex hoe hij daar mee omgaat. Misschien lukt het hem wel om met regelingen alle schulden af te lossen. En als dat niet lukt, zal zijn enige optie waarschijnlijk hetzelfde zijn als de uwe: om te beginnen een schuldenregeling via de gemeente.’
‘Oh ja?’ ze keek me met samengeknepen ogen aan. ‘Dus die eikel komt er níet mee weg?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Nou, dát is tenminste positief nieuws.’
Ik perste mijn lippen op elkaar om een grijns te onderdrukken (wat niet echt lukte).
We gingen van start. Ik stelde een budgetplan op, nam alle betalingen over en begon met het inventariseren van de schuldeisers. Met mevrouw de Vries ging het verrassend goed. Het lukte haar vrij snel om rond te komen met het boodschappengeld, ook al was het minder dan de helft van wat ze gewend was. Af en toe mopperde ze wel dat het allemaal zo lang duurde, maar helaas had ik daar geen invloed op. Het wachten was nog steeds op het afronden van de scheiding. En omdat ik ook niet zeker wist of ik alle schulden wel in kaart had gebracht (veel schulden stonden op naam van de ex, die niet echt scheutig was met de informatie) was aanmelden bij de gemeente nog niet mogelijk.
Op een dag belde ze me. Ze was in contact gekomen met een vrijwilliger die haar ondersteunde en wilde graag een afspraak bij mij op kantoor, samen met hem. Mijn ervaring met vrijwilligers was altijd erg positief en we maakten dan ook een afspraak voor met z’n drieën.
Op de dag van de afspraak kwamen ze tegelijk aan. Ik nodigde ze uit om binnen te komen. Mevrouw de Vries liep me voorbij en negeerde mijn uitgestoken hand. In plaats daarvan stak ze haar neus in de lucht en snoof misnoegd.
Bijzonder…
De vrijwilliger, een wat oudere man met een crèmekleurige corduroy broek en donkerbruin jasje, stelde zich voor als meneer Gerritse.
Ze namen tegenover me plaats, mevrouw de Vries met haar armen over elkaar en meneer Gerritse met zijn armen op tafel en zijn handen ineen gevouwen. Dit beloofde wat…
‘Ik ben zeer zeer teleurgesteld in jou,’ begon mevrouw de Vries. ‘Ik vraag me af of je wel enig verstand van zaken hebt.’
‘Goh,’ reageerde ik, ‘dat is vervelend om te horen. Is er iets gebeurd?’
‘Nou, zo zou je het kunnen stellen.’ Meneer Gerritse keek me aan alsof hij een oude schoolmeester was en ik een ongehoorzaam kind. ‘Kunt u mij vertellen waarom mevrouw nog steeds niet in de WPNS zit?’
‘Bedoelt u de WSNP?’ vroeg ik, zo vriendelijk mogelijk.
‘Ja, de WPNS,’ herhaalde hij, ‘u weet toch zeker wel wat ik daarmee bedoel mevrouw Penning?’
‘Tsja, ik denk dat u daarmee de WSNP bedoelt, de schuldenregeling die via de rechtbank loopt.’
‘Precies, de schuldenregeling. Ik begrijp dat u mevrouw de Vries nog niet eens heeft aangemeld voor de WPNS, terwijl zij al enkele maanden bij u in beheer zit.’
‘WSNP,’ mompelde ik.
Meneer Gerritse keek me geïrriteerd aan. ‘Kunt u mij een goede reden geven waarom u haar nog niet aangemeld heeft?’
‘Nou, er zijn verschillende redenen, die allemaal bekend zijn bij mevrouw de Vries. Ik verbaas me dan ook een beetje over dit gesprek.’
‘Ik ben al járen vrijwillig schuldhulpverlener,’ ging meneer Gerritse verder, ‘en het is ónzin dat mevrouw niet aangemeld kan worden. Ik heb al ontelbare mensen begeleid die allemaal een succesvol traject afgelegd hebben. U kunt mevrouw direct al aanmelden voor de WPNS.’
Ondertussen was een collega van mij aangeschoven. Die had in het voorbijgaan de toon van het gesprek een beetje meegekregen en wilde zeker weten dat ik in orde was. Het ging prima met me, maar wanneer ik beschuldigd word van nalatigheid is het altijd goed om samen te horen wat er gezegd wordt. Mijn collega stelde zich voor aan mevrouw de Vries (die nog steeds met haar armen over elkaar en haar neus in de lucht naar me keek) en aan meneer Gerritse (die met een goedkeurend knikje de hand schudde van mijn mannelijke en wat oudere collega).
Inwendig draaide ik met mijn ogen.
‘Ik begrijp dat u andere ideeën heeft over het traject van mevrouw de Vries?’ vroeg mijn collega. Het klonk niet erg vriendelijk…
Die toon ging volledig aan meneer Gerritse voorbij. ‘U bent zeker de manager van mevrouw Penning? Ik denk dat ze wat meer begeleiding nodig heeft, want hier gaat iets faliekant mis!’
‘O’ reageerde mijn collega – ik zag dat dit hem veel moeite kostte om vriendelijke te kijken, net zoals het mij veel moeite kostte om niet in lachen uit te barsten – ‘mevrouw Penning is gewoon een partner van het kantoor.’
Meneer Gerritse leek wat van zijn stuk gebracht.
‘Laat ik anders eerst nog eens kort uitleggen wat de situatie is,’ zei ik en ik vertelde wat er speelde en waarom mevrouw de Vries op dat moment nog niet aangemeld kon worden. Maar, zo bleek, die moeite had ik mezelf kunnen besparen…
‘Nou,’ reageerde meneer Gerritse, ‘ik ben het ab-so-luut niet met u eens. Ik zal mevrouw de Vries dan ook adviseren om naar een andere bewindvoerder te gaan die mevrouw wél gewoon voor de WPNS zal gaan aanmelden.’
‘WSNP,’ zei mijn collega. ‘Het is WSNP en ik zou mevrouw de Vries willen meegeven niet te veel op uw advies te vertrouwen.’
‘Ik ben heel goed in staat om mijn eigen oordeel te vellen, dank u wel,’ antwoordde de dame in kwestie. ‘Ik ga naar een andere bewindvoerder.’
‘Nou, prima,’ zei ik, ‘als het vertrouwen er niet is staat het u inderdaad vrij om naar een andere bewindvoerder te gaan. Ik neem aan dat meneer Gerritse u daarbij zal helpen?’
‘Zeker, u hoort binnenkort van ons,’ beantwoordde meneer Gerritse de vraag.
We namen beleefd afscheid van elkaar. Mijn collega kreeg netjes een hand. Die van mij werd weer overgeslagen.
Enkele weken later ontving ik post van de rechtbank. Het was een kopie van de brief die mevrouw de Vries naar de rechtbank had verstuurd. In de brief schreef ze dat ze over wilde stappen naar een andere bewindvoerder omdat ik weigerde iets met haar schulden te doen. De rechtbank vroeg mij om hier op te reageren.
Ik schudde mijn hoofd. Ik had het kunnen weten… Ik liet haar brief lezen aan mijn collega. ‘Kijk eens wie het bewind wel wil overnemen?’ vroeg ik.
In haar brief schreef ze dat ene meneer Gerritse bereid was om haar nieuwe bewindvoerder te worden.
Als antwoord aan de rechtbank schreef ik een kort verslag over de huidige situatie en over het gesprek dat wij gevoerd hadden met die meneer Gerritse. Ik schreef dat we ons zorgen maakten over zijn kennis inzake problematische schuldensituaties en dat we bang waren dat hij mevrouw de Vries dingen beloofde die hij niet waar kon maken, om op die manier een nieuwe klant te krijgen. Ik eindigde mijn reactie dat ik, wanneer mevrouw de Vries echt over wilde stappen vanwege een vertrouwensbreuk, ik die overstap niet in de weg zou staan en dus akkoord zal gaan.’
Niet veel later ontving ik een nieuw vonnis van de rechtbank waarin stond dat ik ontslagen was als bewindvoerder en dat meneer Gerritse haar nieuwe bewindvoerder was geworden. Binnen enkele dagen had ik het volledige dossier aan hem overgedragen.
Mevrouw de Vries negeerde al mijn belletjes. Netjes afscheid nemen zat er dus niet in. Ze liet helemaal niets meer van zich horen.
Tot bijna een jaar later.
Ze belde me op en begon direct te klagen dat ze nog steeds niet in de schuldenregeling zat terwijl alles rondom de scheiding al lang was afgerond. ‘Die meneer Gerritse doet helemaal niets voor me!’ riep ze boos. ‘Hij belt me bijna nooit terug en reageert niet op mijn e-mails. Ik ben helemaal klaar met die man!’
‘Goh,’ reageerde ik, ‘wat vervelend voor u.’
‘Nou, inderdaad! Ik wil zo snel mogelijk weg bij hem en weer terug bij jou.’
Ik heb bedankt voor de eer…
Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.
Verrassend!
Een typisch gevalletje van: “Ah, daar gaan we weer… 🙄”
Dit soort situaties kwamen helaas vaker voor.
Wat kunnen een hoop mensen elkaar na zoveel jaar zoveel pijn doen
Zonde hè. Ik heb het helaas vaak gezien💔