
De Visite
Geschatte leestijd: 10 minuten
Alex stond al jaren bij mij onder beschermingsbewind. In de beginjaren had hij flink wat schulden gehad, maar die waren ondertussen allemaal opgelost. Zijn financiën waren nu, zoals we dat zo mooi noemen, stabiel. Zijn hele leven al woonde hij in dezelfde stad. Soms op straat, soms in een opvang en soms in een huurwoning. Tot hij vanwege huurachterstanden zijn woning uitgezet werd, op straat belandde en het hele riedeltje weer van voor af aan begon. Toen ik hem leerde kennen zat hij in de dakloze fase, sinds enkele maanden woonde hij zelfstandig in een huurhuisje. Hij kreeg wekelijks ondersteuning van een persoonlijke begeleidster. Diane heette ze en ook zij kende Alex al aardig wat jaartjes.
Sterker nog, bijna al haar collega’s kenden Alex wel. Hij was een man met veel humor én met aardig wat boevenstreken. Dat laatste zorgde altijd voor heel wat reuring rondom zijn persoontje, waar zijn begeleiders (en ik ook) soms hun handen vol aan hadden. Die humor zorgde ervoor dat hij voor ons, ondanks dat, een leuke klant was om te begeleiden. Meestal dan.
Hij was klein van postuur, had grijs vlassig haar, een grauwe huid met diepe groeven en rimpels en had fletse ogen waar af en toe nog wel wat pretlichtjes in te zien waren. Hij was pas halverwege de vijftig, maar als je hem zag zou je het ook geloven als hij halverwege de zeventig was geweest. Dat was niet zo vreemd, gezien zijn voorgeschiedenis. Alex was namelijk verslaafd. Al vanaf zijn dertiende.
Zijn dértiende!
Hij had een iets andere start in zijn leven gehad dan de meeste mensen (tenminste, dat hoop ik). Hij was opgegroeid met ouders die het predicaat “ouders” helemaal niet verdienden en dat had een desastreuze uitwerking gehad. Bijna al zijn broers en zussen waren al vanaf zeer jonge leeftijd verslaafd geraakt. Een aantal was zelfs al overleden. Eén van de verslaafde zussen stond ook bij ons kantoor onder bewind, maar werd begeleid door een collega van mij.
Er waren door de jaren heen regelmatig pogingen ondernomen om Alex van zijn verslaving af te helpen. Dan zat hij een paar weken in een kliniek totdat hij van de coke en heroïne af was en werd dan weer in de grote wereld losgelaten om vervolgens, ondanks de intensieve nazorgtrajecten, binnen enkele weken weer terug te vallen. Dat was dus nooit echt een succes geworden. In die gevallen kun je niets anders dan accepteren dat iemand nooit meer van zijn verslaving af zal komen en moet de focus verlegd worden van “alles op alles zetten om af te kicken” naar “schadebeperking”. Soms is dat het beste voor de persoon zelf én voor de maatschappij. In die fase was Alex ondertussen aanbeland.
Hij ontving drie keer per week leefgeld. Op maandag twintig euro, op woensdag twintig euro en op vrijdag twintig euro. Op die manier was de kans het grootst dat hij er af en toe iets te eten van zou kopen. Af en toe hoor. Want meestal ging het op aan zijn superdure “hobby”. En zestig euro per week was lang niet genoeg, dus hij was altijd op zoek naar extra geld. In die zoektocht was ík altijd de eerste stop.
Hij woonde niet ver bij mijn kantoor vandaan, dus een aantal keer per week stond hij op de stoep om extra geld te vragen. Dat deed hij altijd om de meest uiteenlopende redenen. Hij had nieuwe schoenen nodig. Of een nieuwe waterkoker. Of batterijen voor zijn afstandsbediening. Of bloemen voor op het graf van zijn ouders. Of hij moest naar de tandarts voor een nieuwe vulling (hij droeg een kunstgebit). Alle spullen die hij nodig had, hadden één ding met elkaar gemeen: ze kostten altijd twintig euro.
Ik had speciaal voor dat doeleinde een spaarpot opgebouwd voor Alex. Zijn maandbudget liet aardig wat spaarruimte over (zijn vaste lasten hadden we tot een minimum kunnen brengen) en het meeste extra geld dat hij jaarlijks ontving (zoals vakantiegeld en langdurigheidstoeslag) stopte ik ook in die spaarpot. Op deze manier lukte het me vaak wel om aan zijn verzoeken voor extra geld te voldoen.
Soms kwam hij samen met zijn zus langs op kantoor. Een soort duo-bezoek. Dan stonden ze bij ons op de binnenplaats gezellig kletsend te wachten tot we even tijd voor ze hadden.
De gesprekken tussen Alex en mij verliepen meestal hetzelfde.
‘Hé Mariëlle!’ begon hij dan. ‘Hoe gaat het?’
‘Ha Alex, met mij gaat het goed, en met jou? Vertel, waar kan ik je mee helpen?’
‘Nou, ik heb écht even wat extra nodig hoor. Er zit een flinke scheur in mijn jas. Niet zo gek, want die heb ik al heel lang. En nu heb ik dus een nieuwe nodig.’
‘Ja, dat snap ik. Wat zou een nieuwe jas gaan kosten?’
‘Nou,’ zei hij dan terwijl hij bedenkelijk keek, ‘ik denk dat ik met twintig euro wel iets leuks kan vinden op de markt.’
‘Prima,’ antwoordde ik dan, ‘ik zorg dat het vanmiddag op je rekening staat.’
‘Toppie! Dank je wel hoor! Fijne dag nog. Doei!’
En dan ging hij weer vandoor om vervolgens na twee dagen wederom op de stoep te staan omdat hij écht weer wat geld nodig had. Soms vroeg hij dan geld voor exact hetzelfde (het is soms lastig bijhouden waar je allemaal geld voor gevraagd hebt) en dan vroeg hij weer geld voor een nieuwe jas.
Dan schudde ik mijn hoofd. ‘Nee Alex, die jas heb je eerder deze week al gekocht. Je moet even wat anders bedenken.’
‘Oeps,’ zei hij dan met een twinkeling in zijn ogen en dacht even diep na. ‘Sokken. Ik kan wel wat nieuwe sokken gebruiken.’
‘Wie niet Alex. Laat me raden, met twintig euro gaat het je wel lukken?’
Dan grijnsde hij naar me. ‘Ja, dat lijkt me wel prima.’
Maar er waren ook momenten (vooral zo tegen het einde van de maand) dat het niet mogelijk was om extra geld over te boeken omdat de spaarpot leeg was. Dan moest ik hem een “nee” verkopen.
‘Ah, Mariëlle, toe nou!’ begon hij dan.
‘Nee Alex, het kan echt niet. Het is op. Het is deze maand echt heel hard gegaan.’
‘Toe nou. Doe niet zo flauw. Het is maar twintig euro.’
‘Nee Alex. Het geld is op.’
En dan ging hij dus onverrichte zaken weer weg (meestal luid mopperend en scheldend en soms met zijn zus die boos achter hem aanstampte en mij in het voorbijgaan nog een vuile blik toewierp). Ik wist dat hij dan op andere manieren geld zou gaan zoeken, want die volgende fix was voor Alex letterlijk van levensbelang. Daar dacht ik natuurlijk zo het mijne van, maar helaas, ik kan nu eenmaal geen ijzer met handen breken.
Een klein deel van zijn inkomen reserveerde ik voor onvoorziene zaken. Voor wanneer hij écht een keer een nieuwe waterkoker nodig had, maar in dat geval belde zijn begeleidster Diane me altijd op en ging zij samen met Alex die waterkoker halen. Dat was wel het veiligst.
Alex had ook een keer een elektrische fiets in bruikleen gekregen via een speciale samenwerking tussen de gemeente, een fonds en de maatschappelijke organisatie die hem begeleidde (waar Diane dus werkte). Hij begon namelijk steeds meer te verzwakken en ver lopen of fietsen ging steeds lastiger. Omdat ze het belangrijk vonden dat hij nog wel zo veel mogelijk mobiel was (hij kon bijvoorbeeld één keer per dag voor een maaltijd aanschuiven bij de daklozenopvang, waar hij dan wel zelf naartoe moest komen) vonden ze die elektrische fiets voor hem wel een goed idee. Die kwam hij vol trots aan mij laten zien.
‘Kijk eens Mariëlle! Is ie niet mooi!’
‘Prachtig Alex,’ reageerde ik terwijl ik dacht: ik ben benieuwd wanneer deze fiets wordt “gestolen”.
Nou, dat duurde dus niet lang. Binnen een maand was dat dure ding natuurlijk “gejat”. Ik kon er alleen maar om gniffelen.
Op een dag werd ik gebeld door Diane. Het ging niet zo goed met Alex omdat hij bijna niet meer at. Toen ze gisteren bij hem was geweest stond er helemaal niets aan etenswaren in zijn koelkast. Enkel een paar blikjes bier. Door het drugsgebruik was het hongergevoel van Alex zo goed als verdwenen en aangezien hij meer plezier beleefde aan zijn dagelijkse porties dope, was hij helemaal gestopt met boodschappen doen. Ze wilde dus een keer samen met mij bij hem op huisbezoek om dit met hem te bespreken.
Haar voorstel was dat zij één keer per week een aantal kant-en-klaar maaltijden voor hem zou kopen en in zijn koelkast zou zetten. Dat betekende wel dat hij voortaan maar twee keer per week leefgeld zou ontvangen. Die derde keer leefgeld zou dan gebruikt worden om die maaltijden voor hem te kopen. Dat leek mij een prima plan, maar het moest natuurlijk nog wel even met hem doorgesproken worden.
Die woensdagmiddag stond ik om twee uur bij Alex voor de deur. Ik belde aan en hoorde vervolgens een hoop gestommel in de gang. De deur zwaaide open en daar stond Alex, in een smoezelige spijkerbroek en vies wit hemd dat om zijn magere bovenlijf lubberde.
Hij keek me geschrokken aan. ‘Huh?’ riep hij. ‘Wat doe jij nou hier?’
‘We hebben om twee uur een afspraak Alex.’ Ik hield mijn hoofd een beetje schuin en lachte vriendelijk naar hem.
‘Neeee!’ riep hij. ‘Echt niet hoor! Dat is pas woensdag!’
‘Klopt. Vandaag dus!’ zei ik vrolijk. Ik had natuurlijk al lang door dat er binnen iets gebeurde dat hij heel graag verborgen wilde houden voor me. ‘Mag ik binnenkomen?’
‘Wat? Is het woensdag vandaag?’ Hij begon onrustig heen en weer te wiebelen op zijn benen. ‘Nou, uh, je moet echt even wachten hoor. Er zitten wat vrienden binnen. Die zal ik wel naar huis sturen en dan moet ik eerst nog een beetje opruimen.’
‘Oh, geen probleem. Ik wacht hier wel. Ga jij het binnen maar regelen dan.’
Hij knikte en sloot de deur. Ik wachtte vol spanning af op wat ging komen.
Ondertussen kwam Diane aangefietst. Ze zette haar fiets op slot in het kleine voortuintje en keek me vragend aan. ‘Is hij er nog niet?’ vroeg ze.
‘Jawel hoor, maar er is wat paniek op dit moment. Hij had ons niet verwacht. We moeten dus heel even buiten wachten zodat hij binnen orde op zaken kan stellen.’
‘Aha,’ reageerde ze en keek me veelbetekenend aan.
De deur ging weer open en daar kwam de eerste vriend naar buiten. Hij keek een beetje schuchter, mompelde iets en nam de kuierlatten.
De volgende kwam naar buiten. Hé!, dacht ik. Die ken ik. Ik was hem wel eens tegen gekomen in de daklozenopvang. Hij schrok toen hij Diane zag en spurtte zonder iets te zeggen de straat op en verdween uit ons zicht.
Er kwamen in totaal nog drie andere mannen het huis uit, waarvan er twee zelfs bij ons kantoor onder bewind stonden. Ik kende ze dus bij naam. ‘Ha Gerrit, hoi Dirk, was het gezellig binnen? Zijn jullie de laatste?’
Ze lachten wat ongemakkelijk naar me, knikten, zwaaiden en gingen er vandoor.
Diane en ik keken elkaar weer aan en hadden precies hetzelfde idee. We stapten het kleine halletje in en deden de deur achter ons dicht.
‘Nog even wachten!’ riep Alex vanuit de woonkamer met een lichte paniek in zijn stem. ‘We zijn nog niet klaar met opruimen!’
‘Joh Alex, dat geeft toch niet. We zijn wel wat rommel gewend hoor,’ antwoordde Diane terwijl we de woonkamer binnen stapten. De geur van verschaald bier, sigarettenrook en iets waarvan ik de oorsprong liever niet wilde weten, kringelde onze neusgaten in.
In de woonkamer troffen we één grote chaos aan. De leren bank die onder het raam stond (en die niet zo lang geleden nog als redelijk nieuw bij de kringloopwinkel was gekocht) was helemaal versleten en zat vol scheuren. Er lagen wat sierkussens op die hun beste tijd hadden gehad, een zooi kleding (de gewassen en de ongewassen variant) en stapels kranten. Op de vloer lagen her en der lege blikjes bier, plastic tassen, schoenen en reclamefolders. De eetkamertafel stond vol met overvolle asbakken en ondefinieerbare troep.
Alex en zijn zus, die blijkbaar ook gezellig op visite was, liepen als een kip zonder kop rond en verplaatsten de rommel van de ene naar de andere plek. Echt opgeruimder werd het dus niet. Toen Alex ons in de gaten kreeg, maakte hij bijna een sprongetje van schrik en hield zijn adem even in. Zijn zus stond in de hoek van de kamer en keek ons met grote schuldige ogen aan. Ze leken net twee pubers die door papa en mama betrapt waren op het roken van een sigaretje.
Hun blik ging heen en weer tussen ons en de salontafel, die al net zo rommelig was als de eetkamertafel. Ook hier stonden overvolle asbakken, blikjes bier – een aantal stonden zowaar op een onderzettertje! – en een paar vieze borden. Er lagen nog wat andere items, die waarschijnlijk de reden waren van hun lichte paniek, maar ik deed net of ik die niet had gezien.
Diane zuchtte en schudde haar hoofd. Er waren tot nu toe nog geen overlastklachten binnengekomen van buren en dat wilde ze graag zo houden. Ik perste mijn lippen op elkaar en probeerde een beetje streng te kijken.
‘Uh,’ begon Alex, ‘willen jullie misschien gaan zitten?’ vroeg hij, gebarend naar de bank.
‘Nee,’ zei Diane, ‘ik hoef niet persé op die bank te zitten. Misschien op een stoel?’
Zijn zus kwam in de actiestand, schoof twee eetkamerstoelen van onder de eettafel vandaan en zette ze schuin tegenover de bank voor ons neer. Ze zagen er redelijk schoon uit, dus we durfden het wel aan om plaats te nemen.
‘Moet je misschien de salontafel nog wat verder opruimen Alex?’ vroeg ik, terwijl ik een hoofdknikje maakte naar de spulletjes waar hij zo zenuwachtig om was.
Hij liet gelaten zijn schouders hangen. ‘Ja, dat zal ik dan maar even doen.’
Ik zag dat Diane nu haar lippen op elkaar had geperst maar mij lukte het niet meer zo goed. Ik sloeg een hand voor mijn mond om mijn omhoog krullende mondhoeken te verbergen.
Alex gaf me een taxerende blik, keek een klein beetje schuldig maar begon vervolgens met een kleine grijns op zijn gezicht de spulletje bij elkaar te rapen: een klein brandertje, een aansteker, smalle metalen buisjes, verschillende pakketjes aluminiumfolie en een spiegeltje waar een plastic gripzakje met wit poeder op lag.
Het was in ieder geval nooit saai met Alex…
Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.