
De Kinderopvang-
toeslag
Geschatte leestijd: 12 minuten
In mijn beginjaren als bewindvoerder, vele jaren voordat de toeslagenaffaire aan het licht kwam, kreeg ik voor het eerst te maken met de gevolgen van die starre en onmenselijke handelswijze van de Belastingdienst en zijn medewerkers. Het lijdend voorwerp was Priya.
Priya werd bij mij aangemeld door Henk, een bezorgde persoonlijk begeleider. Hij ondersteunde haar al enkele jaren en had gemerkt dat ze vanwege haar licht verstandelijke beperking niet veel begreep van financiën en daardoor steeds verder in de problemen dreigde te raken. Ze was een alleenstaande moeder en had twee kleine kinderen waarvan de jongste nog maar drie jaar oud was. De vaders van de kinderen waren buiten beeld. Nou ja, ze zagen hun kind wel af en toe maar waren op geen enkele manier op een ondersteunende manier betrokken en al helemaal niet op financieel gebied.
Op de dag van onze kennismaking liep Priya, een kleine, tengere vrouw van begin dertig, met opgeheven hoofd mijn kantoor binnen. Haar prachtige zwarte haar was strak ingevlochten en hing in lange dunne vlechten over haar schouders. Ze keek me met argusogen aan, gaf me een hand, mompelde iets dat op een “hallo” leek en ging met haar armen over elkaar tegenover me aan tafel zitten. Een houding waarmee ze een hele duidelijke boodschap afgaf: ik vertrouw jou niet.
Haar persoonlijk begeleider Henk was ook meegekomen. Hij en ik kenden elkaar al een tijdje, hij was namelijk ook bij verschillende andere klanten van me betrokken. Nadat ik mijn gasten van koffie en een glas water had voorzien, stelde ik de vraag waarom Priya hulp nodig had. De vrouw tegenover me haalde ongeïnteresseerd haar schouders op.
Henk probeerde het ijs te breken. ‘Ik werk al een tijdje heel fijn samen met Mariëlle,’ zei hij terwijl hij zich tot Priya richtte.
Ze beantwoorde hem met een minachtend “tssss” en keek me bozig aan.
‘Mariëlle is te vertrouwen hoor, echt waar!’ probeerde Henk weer.
Priya rolde met haar ogen en keek weer naar me. Ze hechtte zo te zien maar weinig waarde aan Henks mening over mij.
Ik moest mijn best doen om niet te grinniken. Priya was niet de eerste klant die zich bij de kennismaking zo gedroeg. Mijn ervaring had me geleerd dat dit meestal voortkwam uit onzekerheid. Iets wat ik veel zag bij mensen met een licht verstandelijke beperking. Een simpele sociale interactie kan voor die grote groep mensen erg onveilig voelen. Priya had gewoon even wat ruimte nodig.
‘Priya, vind je het goed dat Henk mij wat meer vertelt over jouw situatie?’
Ze haalde haar schouders weer op maar gaf wel een klein knikje.
Henk begon te vertellen. Priya ontving nu nog een WW-uitkering maar die liep bijna af. Omdat het haar niet lukte om werk te vinden, zou ze een bijstandsuitkering aan moeten gaan vragen bij de gemeente. Dit, in combinatie met een flinke belastingschuld, maakte de financiële situatie nu te ingewikkeld voor haar, dus professionele begeleiding was hard nodig. Henk zou wel gewoon betrokken blijven omdat Priya ook op andere leefgebieden extra ondersteuning nodig had.
‘Wat voor werk heb je gedaan?’ vroeg ik aan haar. Ze haalde weer ongeïnteresseerd haar schouders op en ging nog nukkiger kijken. Ze was er duidelijk nog niet klaar voor om zich in het gesprek te mengen. Henk gaf dus weer antwoord.
Priya had bijna twee jaar gewerkt bij een sociale werkplaats (tegenwoordig noemt men dit een werkontwikkelbedrijf) en stond daar aan de lopende band. Ze verdiende een leuk salaris en samen met alle toeslagen die ze ontving, kon ze zich op financieel gebied prima zelfstandig redden.
Haar belangrijkste taak bestond uit het inpakken van producten. In de maanden voor de kerstperiode bijvoorbeeld, pakte ze honderden kerstpakketten in. Ze had het ontzettend naar haar zin gehad en ging iedere dag met veel plezier naar haar werk. Maar helaas, er ontstond hommeles op de werkvloer. Priya werd het mikpunt van getreiter door een collega; een dame met ook een licht verstandelijke beperking, die naast Priya aan de lopende band stond. Dit gepest ging weken door. Priya beklaagde zich regelmatig bij haar leidinggevende en zelfs Henk sprak een keer met haar werkgever om tot een oplossing te komen. Helaas werd niet adequaat ingegrepen en bleef het getreiter doorgaan.
De kleine vrouw tegenover me zat zich zichtbaar op te winden, begon flink te foeteren en riep iets over haar vorige werkgever dat maar beter niet herhaald kan worden. Het was in ieder geval duidelijk dat de hele gebeurtenis haar nog erg hoog zat. Henk maande haar vriendelijk tot kalmte en vertelde verder.
Toen de treiteraarster Priya’s kinderen betrok bij haar venijnige opmerkingen, was de grens bereikt en verkocht Priya haar een flinke oplawaai.
Oeps.
Ik zag dat Priya me nu vanuit haar ooghoek nieuwsgierig aankeek; ze was zo te zien benieuwd naar mijn reactie maar ik hield mijn gezicht nog redelijk in de plooi. Soms lukt me dat.
Henk vervolgde. Die geweldsuitbarsting was natuurlijk onacceptabel en meer dan genoeg reden voor ontslag op staande voet. Priya zou in dat geval geen recht hebben gehad op een WW-uitkering, dus de werkgever had over zijn hart gestreken en had besloten om haar contract, dat enkele weken later afliep en eigenlijk omgezet zou worden in een vast contract, niet te verlengen. Op die manier had ze in ieder geval recht op een WW-uitkering.
Natuurlijk is geweld meestal niet de juiste manier om een conflict op te lossen, maar ik kon me haar frustratie en onmacht zo goed voorstellen. Het klonk alsof ze flink in de steek gelaten was door haar werkgever. Die had er alles aan moeten doen om een veilige werkomgeving voor haar te creëren. Helemaal omdat ze wéten dat ze met kwetsbare mensen te maken hebben. Het niet ontslaan op staande voet was in mijn ogen dan ook het minimale wat ze hadden kunnen doen.
‘Nou Priya,’ zei ik, ‘meppen is natuurlijk niet zoals het hoort hè. Maar in jouw geval kan ik heel goed begrijpen dat je even geen andere manier meer wist om het getreiter op te laten houden. Ik vind eigenlijk dat je werkgever je hier een beetje in de steek heeft gelaten.’
Blijkbaar was dit de eerste keer dat iemand zoiets tegen haar zei, want ze keek me verrast aan. Tot nu toe had iedereen haar vooral de les gelezen over haar eigen gedrag.
‘Heb je haar in ieder geval goed geraakt?’ vroeg ik haar met een schalkse grijns op mijn gezicht.
Priya keek me eerst met grote ogen aan, zag de pretlichtjes in mijn ogen en kreeg vervolgens de slappe lach. Die zeer aanstekelijk werkte; Henk en ik giebelden dan ook vrolijk met haar mee.
Het ijs was gebroken!
Ik wilde meer weten over de belastingschuld. Priya gebaarde naar Henk. ‘Vertel jij het maar,’ zei ze.
Toen Priya nog werkte, bracht ze haar kinderen altijd naar een kleinschalige kinderopvang. Die kinderopvang had zich volledig gericht op de Surinaams-Nederlandse gemeenschap en een administratief medewerker had, heel hulpvaardig, alles geregeld voor haar. Hij hielp haar om de kinderopvangtoeslag aan te vragen en regelden het zo dat dit iedere maand rechtstreeks op hun eigen rekening gestort werd. Dan hoefde Priya daar niet naar om te kijken. Wel zo makkelijk dus. Nadat ze was ontslagen, had ze de kinderopvang natuurlijk niet meer nodig. Ze had het contract dan ook netjes opgezegd.
Daarna begon Priya brieven te krijgen van de Belastingdienst met het verzoek om bewijsstukken aan te leveren over de geleverde uren bij de kinderopvang. De Belastingdienst wilde namelijk controleren of de uitbetaalde toeslagen wel correct waren geweest. Priya belde met de kinderopvang om de facturen en de urenregistratie op te vragen. De administratief medewerker, die haar eerder zo goed had geholpen om die toeslagen aan te vragen, beloofde dit direct op te sturen.
Maar dat gebeurde niet.
Enige weken later belde Priya samen met Henk naar de opvang en weer werd de belofte gedaan dat de stukken opgestuurd zouden worden.
En ook nu weer gebeurde dat niet.
Op zich nog niet direct reden tot paniek natuurlijk, maar toen de Belastingdienst ook de urenregistratie en facturen opvroeg van het jaar dat Priya niet meer had gewerkt en de kinderopvang had opgezegd, begonnen er alarmbellen af te gaan. Hier klopte duidelijk iets niet.
Henk belde met de Belastingdienst. Die liet weten dat de kinderopvangtoeslag niet was stopgezet en dat er nog steeds iedere maand netjes overgeboekt werd. Rechtstreeks naar de kinderopvang. Priya had dit al die tijd helemaal niet door gehad. Ze was er, achteraf in haar naïviteit, van uitgegaan dat het stopzetten van de kinderopvangtoeslag ook netjes geregeld was door de kinderopvang. Henk deed het verzoek om de toeslag per direct te stoppen, wat de Belastingdienst ook deed. Maar ja, er was ondertussen wel al bijna twaalf maanden ten onrechte uitbetaald.
Priya en Henk belden weer met de kinderopvang om nogmaals de administratie op te vragen én om het verzoek te doen die onterecht ontvangen toeslagen terug te storten. Alleen werd er niet opgenomen. Ook de dagen daarna lukte het niet om ze te bereiken. Uiteindelijk kwamen ze er achter dat de kinderopvang failliet was gegaan. Er was niemand meer die de urenregistratie en de facturen naar Priya kon opsturen. Of om dat geld terug te storten.
Omdat Priya geen stukken aan kon leveren voor de geleverde kinderopvanguren, kon ze niet bewijzen dat haar kinderen daadwerkelijk naar de opvang waren geweest. De Belastingdienst besloot daarom dat de uitgekeerde toeslagen ten onrechte waren uitgekeerd en vorderde alles in een keer terug. Niet alleen dat, de Belastingdienst trok de conclusie dat Priya gefraudeerd had en gaf de terugvordering een fraude-aantekening. Het begon me te duizelen. Priya had een belastingschuld van zo’n € 80.000,-.
Laat dat maar even op je inwerken. Táchtig… duizend… euro!
Die schuld zou ze met geen mogelijkheid kunnen afbetalen.
De enige optie om uit de schuldensituatie te komen was via schuldhulpverlening. Daarvoor zou ik haar dossier aan moeten melden bij de gemeente voor een MSNP traject, maar ik wist nu al dat de gemeente de aanvraag niet zou oppakken vanwege die fraude-vordering. De Belastingdienst zal in zo’n geval namelijk niet meewerken waardoor de enige overgebleven optie is om het dossier aan te melden bij de rechtbank met het verzoek om toegelaten te worden tot de WSNP (voor wie wat meer wil weten over het verschil tussen MSNP en WSNP heb ik een artikel geschreven dat je hier kunt lezen). De rechtbank kan de Belastingdienst namelijk dwingen om akkoord te gaan en een gemeente kan dat niet. Maar ook daar zat die fraude-aantekening in de weg. De rechtbank zou iemand met een fraude-vordering namelijk pas vijf jaar na de ontstaansdatum ervan, toelaten. Mits ook aan alle andere eisen wordt voldaan. Het zou nog jaren duren voordat die vijf jaar voorbij waren.
Ik nam contact op met de curator van de failliete kinderopvang om nog een laatste poging te wagen die urenregistratie en facturen boven water te krijgen. De curator was duidelijk: er was geen enkele administratie. Geen urenregistratie, geen facturatie. Helemaal niets. Priya was simpelweg een van de vele slachtoffers van deze malafide bende.
Ondertussen hielp ik Priya om een bijstandsuitkering aan te vragen bij de gemeente. Die werd gelukkig snel toegekend maar wel met de verplichting dat ze werk moest zoeken. De gemeente had zelfs al een plek voor haar gevonden bij een andere sociale werkplaats, waar de gemeente veel mee samenwerkte. Priya wilde niets liever!
Er zat echter een kink in de kabel: haar kleine kinderen moesten wél naar de opvang. En daarvoor was kinderopvangtoeslag nodig. Die kon weer aangevraagd worden bij de Belastingdienst en zou ook toegekend worden. Maar vanwege die fraude-vordering zou die toegekende toeslag direct verrekend worden met de openstaande vordering van € 80.000,-.
De toeslag die eigenlijk bedoeld was om de nieuwe kinderopvang van te betalen, zou dus volledig gebruikt worden om de schuld af te lossen, waardoor de facturen van de nieuwe kinderopvang niet betaald zouden kunnen worden. Op deze manier zou Priya er weer een schuld bijkrijgen (namelijk van de nieuwe kinderopvang) en zou de kinderopvang, heel terecht, haar kinderen uiteindelijk gaan weigeren.
Het werd Priya dus eigenlijk onmogelijk gemaakt om te gaan werken. Tenzij ze haar kinderen alleen thuis zou laten en dat idee alleen al was natuurlijk te zot voor woorden. Maar de gemeente was onverbiddelijk: als je weigert om te gaan werken, dan korten we je uitkering en zullen we deze uiteindelijk zelfs helemaal stopzetten, lieten ze haar weten. Ze vonden dat Priya vanwege haar gefraudeer (de gemeente nam gemakshalve het oordeel van de Belastingdienst over) ernstig verwijtbaar gehandeld had en waren niet van plan om enige coulance te tonen. Eigen schuld, dikke bult. En de gemeente stond hierin in haar recht.
De enige oplossing die ik kon bedenken was dat die fraude-aantekening geschrapt zou worden zodat we direct stappen konden zetten om Priya aan te melden voor schuldhulpverlening. Ik nam contact op met de Belastingdienst en legde uit hoe de situatie was ontstaan, maar daar had de medewerker aan de andere kant van de lijn duidelijk geen boodschap aan. Die kaatste de bal terug: ga maar bewijzen dat mevrouw niet gefraudeerd heeft.
Dus dat deed ik. Ik nam weer contact op met de curator en vroeg hem om schriftelijk te bevestigen dat de failliete kinderopvang geen enkele administratie had bijgehouden. Vervolgens schreef ik een heel epistel over de ontstaansgeschiedenis en werd dit verhaal aangevuld door Henk, die Priya al die jaren had bijgestaan. De belastingdienst wist natuurlijk al dat de toeslagen niet naar Priya gestort waren, maar rechtstreeks naar de kinderopvang. In mijn eigen naïviteit ging ik er toen nog van uit dat dit voldoende zou zijn om de fraude-aantekening van de vordering te halen. Het was echt óverduidelijk dat de kinderopvang de frauderende partij was, niet Priya. Maar niets was minder waar: de belastingdienst bleef vasthouden aan zijn eigen oordeel en hield de fraude-aantekening in stand.
Priya had nu twee keuzes:
Kinderopvang regelen en gaan werken in de wetenschap dat ze de facturen van de opvang niet zou kunnen betalen waardoor de opvang haar kinderen uiteindelijk zou gaan weigeren. Er zou dan ook een nieuwe schuld ontstaan wat weer reden was om nóg langer niet toegelaten te worden tot schuldhulpverlening.
De andere keuze was om niet te gaan werken, waardoor de gemeente haar uitkering zou korten en uiteindelijk zelfs zou stopzetten. Met alle gevolgen van dien.
En weer begon het me te duizelen. Wat een ongelooflijke onrechtvaardigheid! Het stoom kwam uit mijn oren en ik weet zeker dat mijn bloeddruk tot gevaarlijke hoogtes was gestegen.
Ik besloot om een afspraak te maken met haar inkomensconsulente. In een van de kantoortjes bij de gemeente legde ik haar alles uit. Ik liet haar alle bewijsstukken zien waaruit bleek dat Priya geen blaam trof. Behalve dan dat ze te goed van vertrouwen was geweest richting de kinderopvang, maar we hadden hier te maken met iemand met een licht verstandelijke beperking. De inkomensconsulente schrok enorm van de ontstane situatie en was het volkomen met mij eens: dit was enorm onrechtvaardig.
We maakte de volgende afspraak: Priya zou gewoon haar uitkering krijgen zónder de verplichting dat ze moest gaan werken. Zodra haar beide kinderen naar school zouden gaan (dat was over een klein jaartje) zou ze die verplichting weer krijgen, maar dan alleen voor tijdens de schooluren zodat er geen kinderopvang nodig was. Pas nadat ze toegelaten zou zijn tot de WSNP (de aanvraag voor dat traject zou over een jaar of drie gedaan kunnen worden) en er dus met een gerust hart kinderopvangtoeslag aangevraagd kon worden, zou ze de verplichting krijgen om fulltime werk te accepteren.
En zo geschiedde. Het was in die jaren geen vetpot voor Priya, ze moest tenslotte rondkomen van een bijstandsuitkering die heel wat lager was dan een salaris; er was in ieder geval financiële stabiliteit en rust.
Jaren later, niet lang nadat Priya het hele schuldenregelingstraject had doorlopen en eindelijk schuldenvrij was, kwam de toeslagenaffaire aan het licht. Het was voor mij overduidelijk dat Priya slachtoffer was geweest van de praktijken van de Belastingdienst en haar medewerkers. En hoewel ze nu dan schuldenvrij was: ze had jarenlang op het bestaansminimum geleefd en enorm geleden door alle stress. Ik meldde haar dan ook direct aan als gedupeerde.
Binnen een week kreeg ik al een belletje van een medewerker. Hij had het hele dossier doorgenomen, had de aantekeningen gezien van alle gesprekken die in het verleden waren gevoerd met de Belastingdienst en had mijn brief gelezen met alle bewijsstukken waaruit bleek dat Priya geen schuld had. Er was geen enkele twijfel dat Priya hier slachtoffers was geworden en dat van fraude geen sprake was geweest. Ze kreeg een flinke schadevergoeding toegekend waarmee ze eindelijk weer wat ruimte kreeg. Ze kon weer wat nieuwe spullen voor in huis kopen, haar kledingkast vernieuwen en zelfs samen met haar kinderen op familiebezoek in Suriname. Haar kinderen, die al die jaren ook te lijden hadden gehad onder de financiële situatie, kregen eveneens een schadevergoeding om de achterstand die ze in het leven waren opgelopen door het gekonkel van die Belastingdienst en zijn medewerkers, nog enigszins te compenseren.
Maar de gedachte laat me zelfs nu niet los: Priya had een bewindvoerder die redelijk snapte hoe het “spelletje” gespeeld moest worden en een inkomensconsulente die zeer begaan was met haar situatie. Ik word misselijk als ik denk aan al die mensen die in eenzelfde situatie hebben gezeten zónder die hulp en ondersteuning, zónder schade beperking. Mensen die financieel compleet geruïneerd werden. Mensen die de huur niet meer konden betalen en hun woning kwijtraakten. De verhalen over uithuisplaatsingen zijn krankzinnig (lees hier maar het verhaal over meneer Kumar, een alleenstaande vader en de situatie waarin hij terecht dreigde te komen met jeugdzorg omdat zijn financiën niet op orde waren).
Na al die jaren is mijn eigen boosheid over deze onmenselijkheid nog steeds niet gezakt…
Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.
Heel goed geschreven Marielle, heel begrijpelijk dat je hier nog steeds boos over bent.
Ik heb het met stijgende verbazing gelezen, wat een onrecht voor deze vrouw.
Je hebt me het verhaal ingetrokken, zo boeiend geschreven.
Jammer dat het de waarheid is, goed dat je dit aangekaart hebt.
Dank je wel, het mooie compliment waardeer ik enorm 🌺
Toen ik het verhaal schreef, voelde ik m’n bloeddruk weer stijgen!
Wow, laat ik het netjes zeggen….. leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Het is toch ook wat. Maar wat heb je het weer goed geschreven.
Poeh, nou hè!
En dat makkelijke kun je gerust ook weglaten…
🌺
Marrielle, wat heb jij een prachtig, maar ook loodzwaar beroep! Heel veel zegen en inzicht toegewenst! Als je niet weet wie ik ben, je ouders kennen me wel🫶
Wat leuk om van je te horen! En ja, zo voelde het ook: een prachtig beroep en tegelijk af en toe loodzwaar. Ik heb het bijna vijftien jaar gedaan. Dat was voor mij het maximaal haalbare denk ik 🤭 Dank je wel 🙏