Geschatte leestijd: 7 minuten

De strakke witte Onderbroek

Meneer Boedhoe vertrouwde niemand met zijn post — zelfs zijn eigen zoon niet. Tot ik langsging voor een huisbezoek dat totaal niet liep zoals gepland. Een verhaal over wantrouwen, dementie, en een witte onderbroek die ik nooit meer heb kunnen vergeten.

Meneer Boedhoe was een dementerende Surinaamse meneer van begin zestig. Hij was enorm achterdochtig en vertrouwde helemaal niemand. Zelfs zijn eigen zoon en dochter niet. Zijn verhuurder trok aan de bel toen hij al enige maanden zijn huur niet meer betaald had. Een woonbegeleidster was bij hem aan de deur geweest een zag bij hem thuis dat het een grote chaos was. Door het warrige gesprek dat hij met haar voerde merkte ze al heel snel dat meneer hulp nodig had. Hulp waar hij zelf echt niet op zat te wachten. Gelukkig kon er bewind aangevraagd worden met een doktersverklaring, want het was wel duidelijk dat meneer Boedhoe op geen enkele manier meer in staat was om zijn zaken nog zelf te regelen.  

Tijdens het intakegesprek was zijn zoon meegekomen. Die had bij zijn vader in laatjes, tussen de bank en onder zijn hoofdkussen verschillende facturen en aanmaningen gevonden waar meneer Boedhoe niets mee deed. De beste man keek heel boos naar zijn zoon omdat al die zorgvuldig verstopte facturen en aanmaningen nu bij ons op tafel lagen. Dat was dus niet de bedoeling hè! De zoon zag er wat gepijnigd uit. Ik zag dat hij moeite had om rustig en vriendelijk te blijven tegen zijn vader. Tot nu toe lukte het nog wel. Hoe meer de zoon zijn vader wilde overtuigen van de noodzaak om hulp te accepteren, hoe meer zijn vader met zijn hakken in het zand ging.

Ik snapte het wel. Iedere nieuwe klant die ik kreeg, had moeite met het uit handen geven van zijn of haar financiële gegevens. Meneer Boedhoe was daarop geen uitzondering. Maar zijn dementerende brein maakte het voor hem nóg lastiger om zich neer te leggen bij zijn situatie. Ik zou bergen geduld nodig hebben om zijn vertrouwen te gaan winnen. Ik zuchtte dus eens diep terwijl ik naar de verhitte discussie tussen vader en zoon luisterde. Bij zoonlief stond het huilen hem nader dan het lachen en meneer Boedhoe ging steeds kwaaier kijken.

Maar pa!’ riep zijn zoon gefrustreerd, ‘als de huur niet betaald wordt, heb je straks geen huis meer!’

Meneer Boedhoe sloeg demonstratief zijn armen over elkaar en zakte onderuit op zijn stoel. ‘Dit is míjn post!’ riep hij boos. Tsja, daar had de beste man natuurlijk gelijk in. Ik besloot om het gesprek tussen vader en zoon te onderbreken en zélf maar eens een praatje te maken met de boze klant tegenover me.

‘Weet u dat ik door de rechter ben gevraagd om u te helpen?’ vroeg ik hem.

Hij keek me met samengeknepen ogen aan.

Ik wees naar de post op tafel. ‘Ik moet er voor gaan zorgen dat al deze post, die u zo goed hebt bewaard, netjes afgehandeld gaat worden voor u.’

Meneer Boedhoe ging wat rechterop zitten.

‘Eigenlijk ben ik heel blij met uw hulp,’ ging ik verder. ‘Het gebeurt niet vaak dat iemand alle post nog heeft voor me. Dat heeft u echt heel goed gedaan.’

Hij keek even opzij naar zijn zoon met een triomfantelijke blik die zei: zie je nu wel, ik ben niet gek.

‘Wat zou u er van vinden als ik alle stukken goed doorneem om te kijken of er nog iets betaald moet worden? Dan ga ik dat allemaal voor u regelen.’

Meneer Boedhoe schuifelde wat heen en weer op zijn stoel en de boze blik begon langzaam te verdwijnen. ‘Jij gaat dat voor mij doen?’ vroeg hij.

Ik knikte bevestigend.

Hij wapperde naar zijn zoon. ‘Hij niet?’

Ik schudde mijn hoofd.

Hij boog zijn hoofd en leek even in gedachten verzonken. Ik keek naar zijn zoon en gaf hem een geruststellend knikje. Ik had met hem te doen. De afgelopen tijd had hij zijn vader af zien glijden en maakte hij zich enorm veel zorgen om diens gezondheid, zowel de lichamelijke al financiële variant. Hij was al maanden in gevecht met zijn vader en had niet geweten, zoals zoveel mensen dat niet weten, welke hulp allemaal mogelijk was. De arme knul was aan het einde van zijn latijn.

Ik begon voorzichtig de poststukken bij elkaar te vegen en lette goed op de reactie van meneer Boedhoe.

Hij fronste zijn wenkbrauwen en keek met argusogen naar al zijn dierbare brieven, waarin voornamelijk gedreigd werd met afsluiting van gas, water, elektra en internet/TV. Want niet alleen de huur werd niet meer betaald door hem. Ook alle andere vast lasten werden al maandenlang genegeerd. Alleen met zijn ziektekostenverzekering had hij geen achterstanden, want die werd iedere maand geïncasseerd van zijn rekening.

‘Het zijn allemaal een beetje boze brieven meneer Boedhoe.’ Ik keek hem met een serieuze blik aan. ‘Omdat er steeds niet betaald wordt. Ik denk dat u het daar misschien een beetje te druk voor heeft gehad. Kan dat kloppen?’

Hij perste zijn lippen op elkaar om een opkomende glimlach te onderdrukken. Zijn ogen vulde zich met pretlichtjes terwijl hij me ondeugend aankeek. ‘Ik betaal niks!’ riep hij en begon te giechelen. Hij sloeg een hand voor zijn mond en keek met een schuin oog naar zijn zoon, die vol ongeloof naar zijn giebelende vader keek.

‘Ja, ik had al een vaag vermoeden dat u inderdaad niets meer betaald.’ Ik schudde mijn hoofd en keek hem een beetje streng aan (mijn beste acteerwerk, want ik had heel veel moeite om niet in lachen uit te barsten). ‘Zal ik dat dan maar gaan doen voor u?’

Hij knikte gedecideerd en wees naar me. ‘Alleen jij mag mijn post hebben.’

Ik bedankte hem voor zijn vertrouwen en beloofde alles met de grootste zorgvuldigheid te gaan regelen voor hem.

Zijn zoon slaakte een diepe zucht.

In de weken daarna bracht zijn zoon regelmatig oude en nieuwe post bij me langs die hij thuis bij zijn vader vond. Hij zorgde er steeds voor dat zijn vader hem niet betrapte als hij de wasmand doorspitte, in de keukenlades snuffelde of onder het matras keek. Nu is het zo dat ik al veel instanties aangeschreven had om hen te informeren over het bewind van meneer Boedhoe met het verzoek om alle post voortaan rechtstreeks naar mij te versturen. De meeste gaven daar direct gehoor aan, maar sommige instanties bleven de post nog naar meneer Boedhoe zelf sturen. Soms moest ik hen drie of vier keer het verzoek doen voordat ze hier eindelijk gehoor aan gaven. Er kwam dus nog steeds post bij meneer zelf thuis, dat op de een of andere manier bij mij terecht moest komen. En de eerste maanden lukte het zijn zoon om de belangrijke stukken te onderscheppen. Maar meneer Boedhoe had nog niet al zijn verstand verloren en op een dag begon het hem op te vallen dat zijn voorraad brieven aan het slinken was. Hij werd woest op zijn zoon, beschuldigde hem van diefstal en wees hem de deur. Niemand mocht zijn post hebben! Nou ja, behalve ik dan.

We hadden dus een andere tactiek nodig.

Na overleg met zijn zoon, besloot ik om zelf maar eens langs te rijden bij meneer Boedhoe. Zijn zoon belde hem op om te laten weten dat ik later die middag voor de deur zou staan. Hij hoopte maar dat zijn vader het zou onthouden en mij binnen zou laten, liet hij me nog weten. Niet zo lang geleden had hij namelijk geweigerd om zijn huishoudelijke hulp binnen te laten omdat hij haar ervan verdacht post te stelen van hem.  

Die zorg bleek onnodig.

Toen ik enkele uren later aanbelde bij zijn portiekwoning, werd de deur vrijwel direct geopend. In de deuropening stond een ondeugend kijkende meneer Boedhoe.

Zonder kleding.

Nou ja, hij had wel íets aan: een witte onderbroek die heel strak om zijn heupen zat. ‘Ik heb op je gewacht hoor,’ zei hij. Zijn wenkbrauwen gingen veelbetekenend op een neer. Hij zette een stap opzij om me binnen te laten.

Goed, hoe moest ik dit nu weer gaan oplossen.

Bang was ik niet. Verre van. Meneer Boedhoe was bijna een kop kleiner dan ik ben. En hoewel zijn armen nog redelijk gespierd waren, was de rest van zijn lichaam maar magertjes. Ik had, dankzij zijn bijzondere kledingdracht, goed zicht op zijn knokige bovenlichaam en zijn blote spillenbenen. Mocht hij fysiek worden, zou ik hem met gemak aankunnen.

Ongemakkelijk voelde ik me ook niet. De oudere dementerende man tegenover me had, voor zover ik dat kon aanvoelen, geen kwaad in de zin. Wél iets ondeugends, dat liet die blik in zijn ogen maar al te goed zien. Inwendig grinnikte ik.

‘Nou meneer Boedhoe, dit is wel een zeer verrassende manier om welkom geheten te worden.’

Hij giechelde.

Ik stapte zijn woning binnen en sloot de deur achter me. Meneer Boedhoe ging me voor naar de woonkamer, bukte zich (die witte onderbroek zat écht heel strak) en graaide wat papieren van onder de bank vandaan. ‘Hier, voor jou. Alléén voor jou!’

Met een knikje nam ik de post aan, maar bleef midden in zijn woonkamer staan.

Hij plofte neer op de bank, ging met zijn benen wijd zitten (zoals mannen dat vaak doen) en klopte, nog steeds met die ondeugende blik in zijn ogen, naast hem op de bank. ‘Kom je zitten?’ vroeg hij. En ik zag een glimp van die charmante, flirtende man die hij ooit geweest moet zijn.

‘Nou zeg, meneer Boedhoe. U moet wel een beetje rekening houden met mijn hart hoor. Ik ben ook maar een vrouw van vlees en bloed. Het lijkt me het beste als u even een broek en overhemd aandoet. Anders ben ik veel te veel afgeleid en kan ik mijn werk niet goed doen.’

Zijn ogen werden groter. ‘Oooeeeehhh,’ riep hij en hij stond op. Met een grijns op zijn gezicht haastte hij zich naar de badkamer en kwam niet veel later aangekleed weer terug. Er zat wel een flinke vlek op zijn overhemd. Ik vond het een hele verbetering.

Vanaf dat moment ging ik regelmatig even bij hem langs om zijn post op te halen, wat hij tot aan zijn dood jaren later overigens nog steeds aan niemand anders dan aan mij toevertrouwde.

Ik heb hem echter nooit meer in zijn witte onderbroek gezien…

Wil je niets missen van mijn verhalen? Meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief.

Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

14 gedachten over “De strakke witte Onderbroek”

  1. Annemarie Schreuders

    Wauw, wat schrijf je dat mooi. Ik ben ook al ruim 15 bewindvoerder en kan wel een boek schrijven over al die bijzondere mensen… Ben benieuwd naar de volgende……

  2. Barbara Coenen

    Heerlijk om te lezen. Je schrijft precies zoals ik je ken.

    Ik kijk uit naar je volgende verhaal!

    ps. gelukkig had de witte onderbroek kennelijk géén vlek.

  3. Wat kan jij op een leuke manier schrijven. Heel prettig om te lezen. Wil graag nog veel meer van je verhalen horen.

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Scroll naar boven