
Geschatte leestijd: 12 minuten
Jaren geleden, in het eerste jaar dat ik bewindvoerder was, stond ik bij familie Yilmaz voor de deur. Ze woonden in een galerijflat op de derde verdieping.
Meneer Yilmaz deed de deur open. ‘Mevrouw Penning, welkom!’ Hij stapte opzij om me binnen te laten. ‘Kan ik uw jas aannemen?’
Nadat hij mijn jas had opgehangen, ging hij me voor naar de woonkamer. ‘Dat is mijn vrouw,’ zei meneer Yilmaz. Hij gebaarde naar een jonge vrouw die op de bank zat. Ze droeg een lichtgroene hoofddoek, met een blouse, pantalon en sloffen aan haar voeten. Naast haar zat een klein knulletje dicht tegen zijn moeder aangekropen. ‘Ze spreekt niet goed Nederlands,’ ging meneer Yilmaz verder, ‘dus ik zal een beetje voor haar vertalen.’
Ik knikte naar mevrouw Yilmaz. ‘Goedemorgen,’ zei ik.
Verlegen beantwoorde ze in gebrekkig Nederlands mijn begroeting.
‘Neemt u plaats mevrouw Penning, wat wilt u drinken?’ Meneer Yilmaz keek me vragend aan.
Ik vroeg om een kopje thee en nam plaats op de bank tegenover mevrouw Yilmaz. Ze lachte vriendelijk naar me. Terwijl haar man verdween om een kopje thee te halen, keek ik om me heen. Op de vloer lag lichtgrijze laminaat, op de muren zat behang met crèmekleurige gestreepte banen en voor de ramen hing witte vitrage aan een gordijnrails. De woning was spaarzaam gemeubileerd. Beide banken waren bekleed met een transparante plastic hoes. Tegen de muur stond een dressoir waar een kleine televisie op stond en in de hoek van de woonkamer stond een ronde eettafel met vier witte stoelen. In de andere hoek lag wat speelgoed op de grond. Dat was het. Wel was het was brandschoon in de woning, waarschijnlijk het werk van mevrouw Yilmaz.
Meneer Yilmaz kwam terug, zette een kopje thee neer op de witte bijzettafel die tussen de twee bankstellen stond, en ging naast zijn vrouw zitten. ‘We zijn heel blij dat u er bent mevrouw Penning,’ zei hij. ‘We zijn de wanhoop nabij en weten echt niet meer wat we moeten doen.’
Enkele dagen eerder was ik benaderd door hun WSNP-bewindvoerder omdat hij zich ernstig zorgen maakte om het gezin, dat bestond uit vader, moeder en drie kleine kinderen in de leeftijd van drie, vier en zeven. Meneer en mevrouw waren anderhalf jaar eerder toegelaten tot de WSNP maar hadden moeite met hun financiële administratie. Het eerste jaar van een WSNP-traject stelt een WSNP-bewindvoerder een postblokkade in zodat hij alle post ontvangt Sinds een maand of vijf was de postblokkade opgeheven. Het was de bedoeling dat meneer en mevrouw nu zelf de financiële poststukken naar hem door zouden sturen, maar dat gebeurde niet waardoor het niet mogelijk was de controle uit te voeren. Iets wat toch wel cruciaal is tijdens een WSNP-traject. Hulp was daarom hard nodig en zijn vraag aan mij was om het gezin onder bewind te nemen.
In die periode had de rechtbank flinke achterstanden waardoor aanvragen voor bewind pas na zo’n zes maanden opgepakt werden. Zo lang kon het gezin niet wachten op hulp, dus hadden we besloten om in de tussentijd alvast budgetbeheer op te starten.
‘Kunt u mij vertellen wat jullie situatie is?’ vroeg ik.
Meneer Yilmaz keek me onzeker aan. ‘We ontvangen een bijstandsuitkering maar er is beslag gelegd op onze toeslagen.’
‘Op de toeslagen?’ vroeg ik. ‘Dat is vreemd, dat beslag had al lang opgeheven moeten zijn omdat jullie in de WSNP zitten.’
‘Wij begrijpen het niet goed,’ antwoordde hij. ‘Ik weet niet wat ik moet doen. We betalen alle vaste lasten, maar houden nu heel weinig over. We kunnen amper boodschappen doen als alles betaald is.’
‘Hoeveel hebben jullie nu nog voor de rest van de maand?’
Hij keek naar zijn vrouw en zei iets tegen haar in het Turks. Ze hield haar blik op de grond gericht en met een timide stem beantwoorde ze zijn vraag.
‘We hebben op dit moment nog twintig euro in onze portemonnee. Dat is het,’ zei meneer Yilmaz.
Ik keek ze geschokt aan. Het was pas halverwege de maand. Twintig euro voor een gezin met drie kleine kinderen. Mijn hemel, de WSNP-bewindvoerder had het goed aangevoeld. Dit gezin had heel hard hulp nodig.
Hij probeerde me enigszins gerust te stellen. ‘Maakt u zich over ons alstublieft geen zorgen mevrouw Penning. We kopen vaak boodschappen in bulk, dus we hebben genoeg eten in huis om de komende dagen door te komen. Wij redden ons wel, we zijn het gewend. We zijn echt heel blij met uw hulp. Zegt u maar wat u van ons nodig heeft. We zullen alles doen wat u van ons vraagt.’
We tekenden alle papieren voor de aanvraag van het bewind, samen met de machtigingen waarmee ik het budgetbeheer kon starten. Ze gaven me een map mee met hun administratie. Die map was ooit een keer door een vrijwilliger gemaakt. De informatie was lang niet compleet, maar het was in ieder geval een begin.
In de dagen daarna probeerde ik een beter beeld te krijgen van hun financiële situatie, vastbesloten om dit gezin zo snel mogelijk financieel gezond te krijgen. Ik nam contact op met hun inkomensconsulente bij de gemeente en ontving de laatste specificatie van hun bijstandsuitkering. Via de Belastingdienst zag ik dat er inderdaad beslag was gelegd. Op zowel de huurtoeslag (door de verhuurder) als op het kindgebonden budget (dit werd verrekend, door de belastingdienst zelf). Een hele vreemde situatie, aangezien de WSNP-bewindvoerder de belastingdienst al lang had geïnformeerd over het WSNP-traject waardoor het beslag en de verrekening gestopt hadden moeten worden.
Ik nam contact op met de Belastingdienst. Ja, ze waren op de hoogte van het WSNP-traject. En ja, ze hadden het verzoek gekregen om het beslag en de verrekeningen direct stop te zetten. Dat was anderhalf jaar geleden ook netjes uitgevoerd door ze. Alleen hadden ze twee maanden geleden opnieuw het verzoek gekregen van de verhuurder om beslag te leggen op de huurtoeslag, met een nieuw vonnis van de rechtbank. Als ik meer wilde weten, kon ik het beste even contact opnemen met de verhuurder. En omdat er een nieuwe schuld was ontstaan bij de belastingdienst zelf, waren ze weer begonnen met het verrekenen hiervan waardoor het gezin het kindgebonden budget niet meer ontving.
‘Huh?’ reageerde ik. ‘Welke nieuwe schuld is er dan ontstaan bij jullie?’
Het bleek om kinderopvangtoeslag te gaan die ze, volgens de Belastingdienst dan, ten onrechte ontvangen hadden. Ze zouden de beschikkingen hiervan naar me opsturen.
Wat een vreemd verhaal, dacht ik. Ze hebben een bijstandsuitkering. Waarom zouden ze in hemelsnaam kinderopvangtoeslag nodig hebben?
Ik belde met de verhuurder. Ook daar waren ze op de hoogte van het WSNP-traject. Op de schuldenlijst stond een flink bedrag van de verhuurder waarvoor ze eerder beslag hadden laten leggen op de huurtoeslag. Maar dát beslag was al lang opgeheven. De reden dat ze nu wéér beslag hadden gelegd, had te maken met een nieuwe huurschuld. Sinds een maand of zes werd er namelijk geen huur meer betaald. Eerst had de verhuurder zelf geprobeerd om contact te krijgen met het gezin, maar er werd nergens op gereageerd. Daarna hadden ze geprobeerd om via een deurwaarder de huurbetalingen weer te krijgen, maar toen ook dat geen resultaat opleverde, hadden ze geen andere keus dan weer beslag te leggen op de huurtoeslag.
Ondertussen had ik toegang gekregen tot de bankomgeving en kon ik alle afschriften bekijken. Iedere maand werd de bijstandsuitkering en zorgtoeslag gestort. Tot enkele maanden daarvoor werd ook de huurtoeslag en het kindgebonden budget nog gestort, maar de afgelopen twee maanden kwam dit vanwege het beslag niet meer binnen op de rekening. Ieder kwartaal zag ik kinderbijslag bijgeschreven worden. Ook werden er verschillende vaste lasten afgeschreven zoals water, elektra, internet en verzekeringen. Maar nergens zag ik betalingen voor de huur terugkomen. Wat ik wél zag, waren grote bedragen die regelmatig werden gepind. Driehonderd euro, tweehonderd euro. Vaak tot wel zo’n duizend euro per maand. Wat er precies gebeurde met dat geld wist ik niet. Ik ging er van uit dat dit gebruikt werd voor de boodschappen. Maar hoe was het dan mogelijk dat ze laatst nog maar twintig euro over hadden?
Ik ontving de gegevens van de belastingdienst. Vorig jaar, toen ze al in de WSNP zaten, hadden ze kinderopvangtoeslag ontvangen voor hun jongste twee kinderen (toen twee en drie jaar oud) voor het maximaal aantal uren waar men recht op heeft. Ik dook wat verder terug in de bankafschriften en zag dat ze vorig jaar geen bijstandsuitkering, maar WW hadden ontvingen. Ik kon geen bijschrijvingen vinden van de kinderopvangtoeslag. Het zou heel goed mogelijk zijn dat dit rechtstreeks naar de kinderopvang was gestort. Dit had ik eerder gezien. Maar toen ik navraag deed bij de belastingdienst, bleek dat dit niet het geval was. De toeslag was al die tijd gestort op een rekeningnummer op naam van mevrouw Yilmaz. Een rekeningnummer dat ze nooit hadden doorgegeven aan mij of aan hun WSNP-bewindvoerder.
Hoe meer ik ontdekte, hoe minder ik van de situatie begreep. Hier ging iets faliekant mis en ik besloot meneer en mevrouw uit te nodigen voor een gesprek op kantoor.
Ze zaten tegenover me aan tafel. Tussen ons in lagen alle stukken die ik ontvangen had. ‘Er zijn twee dingen die hier niet goed gaan,’ begon ik. ‘Allereerst is er een nieuwe huurachterstand ontstaan van zes maanden waardoor er nu opnieuw beslag is gelegd op de huurtoeslag. U vertelde mij dat de huur gewoon betaald werd.’
Meneer Yilmaz schudde ongelovig zijn hoofd. ‘Een achterstand? Nee, dat kan niet! De huur wordt betaald door de gemeente!’
‘Waarom zou de huur betaald worden door de gemeente?’
‘Nou, omdat we een bijstandsuitkering ontvangen. Dan betaald de gemeente de huur. Dat wordt doorbetaald van onze uitkering en de rest krijgen wij dan gestort.’
Ik schoof de uitkeringsspecificatie van de gemeente naar hem toe. ‘Er wordt niets ingehouden of doorbetaald vanuit jullie uitkering. Het volledige bedrag wordt iedere maand op jullie rekening gestort.’
Hij schudde weer ongelovig zijn hoofd. ‘Bij onze buurvrouw wordt de huur door de gemeente betaald. Ik dacht dat dit altijd zo ging.’
‘Wel, jullie zullen dit uit moeten gaan leggen bij de WSNP-bewindvoerder, want deze nieuwe schuld kan er voor zorgen dat jullie uit het traject gezet gaan worden.’
Hij keek me geschrokken aan.
‘En dan hebben we ook nog de vordering van de belastingdienst voor de onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag. Tenminste, dat is wat de Belastingdienst mij verteld heeft. Het gaat om een bedrag van ruim dertigduizend euro.’ Ik liet ze de stukken zien van de Belastingdienst.
‘Maar dit klopt niet!, riep meneer Yilmaz. ‘Ik heb dat bedrag nooit gekregen. Dat kunt u zien op mijn rekeningafschriften.’
‘De Belastingdienst heeft mij laten weten dat dit naar een rekeningnummer is gestort op naam van u,’ zei ik tegen mevrouw Yilmaz. Die keek onzeker naar haar man die het voor haar vertaalde. Ze schudde verbaasd haar hoofd en leek er, net zoals haar man, niet veel van te begrijpen.
‘Zijn de kinderen wel naar de opvang gegaan?’
Ze haalde haar schouders op.
‘Hebben jullie een contract van het kinderdagverblijf?’
‘Ik weet het niet,’ antwoordde meneer Yilmaz. Hij kreeg een wanhopige uitdrukking op zijn gezicht.
En toen begon ik onraad te ruiken. ‘Wie heeft de kinderopvangtoeslag aangevraagd?’
‘Oh, mevrouw Penning, ik begrijp het allemaal niet zo goed. We hebben steeds zo weinig geld voor de boodschappen. En we kunnen amper nieuwe kleding kopen voor de kinderen. Vorig jaar werkte mijn vrouw nog een beetje in de schoonmaak, maar dat lukt haar niet meer. Ik kan ook geen werk meer vinden. Ik dacht dat ik gewoon recht had op de kinderopvangtoeslag.’
‘Dus de kinderen zijn nooit naar een kinderopvang geweest?’
‘Nee, ze zijn niet naar de opvang geweest, maar we hadden het geld echt nodig!’
‘Dus als ik het goed begrijp, hebben jullie vorig jaar iedere maand ruim vijfentwintighonderd euro aan kinderopvangtoeslag ontvangen, bovenop de WW, huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget, terwijl de kinderen niet naar de opvang gingen?’
‘We hadden het echt nodig mevrouw Penning!’ riep meneer Yilmaz. ‘Mijn kinderen hadden honger!’
Ik begon alle sympathie voor deze man te verliezen. Tegenover me zat geen wanhopige man die niets van de situatie begreep, maar een zeer berekenende persoon die willens en wetens de boel had lopen flessen. Ik geloofde zijn toneelstukje niet meer.
‘Waar is al dat geld gebleven?’ vroeg ik hem. ‘Het gaat hier om ruim dertigduizend euro. Plus al het geld van de afgelopen zes maanden dat bestemd was voor de huur. Dát geld is ook nog eens aan iets ander besteed.’
Zijn vrouw keek bezorgd van de een naar de ander. Maar meneer Yilmaz kon me geen antwoord geven op mijn vraag. Hij probeerde bezorgd te kijken, maar het lukte hem niet meer zo goed.
‘Nou, goed,’ zei ik. ‘Ik zal alle gegevens doorsturen naar jullie WSNP-bewindvoerder. Dan kun je hem uitleggen wat hier aan de hand is. Ik ga hier verder niet over, hij en de rechter zijn degene die zullen bepalen wat de gevolgen hiervan zijn voor jullie WSNP-traject.’
Ik stuurde alle gegevens door en de WSNP-bewindvoerder trok dezelfde conclusie als ik. Meneer Yilmaz had willens en wetens fraude gepleegd met de kinderopvangtoeslag en ze hadden willens en wetens de huur niet betaald. Hij zou het advies uitbrengen bij de rechter om het WSNP-traject per direct stop te zetten. Dit zou betekenen dat het gezin de komende tien jaar uitgesloten was voor een nieuw WSNP-traject en dat alle schuldeisers weer direct bij hen de schuld konden gaan innen.
Het verbaasde me niet dat de rechter het advies overnam. Meneer en mevrouw werden uit de WSNP gezet.
Met het oog op mevrouw Yilmaz en de drie kinderen, die de dupe waren van het berekenende gedrag van hun man en vader, besloot ik om wel door te gaan met ze. Wat er precies met al dat ten onrechte ontvangen geld gebeurd was wist ik niet. Wellicht was er sprake van een gokverslaving. Maar wat er ook speelde, het resultaat was dat het gezin nu jarenlang in armoede zou leven. Hoe zeer het me ook tegen stond om deze man te helpen, ik besloot om die reden het gezin te blijven begeleiden.
Enkele weken later stonden meneer en mevrouw Yilmaz onverwachts bij mij op kantoor. Volgens hen was er ingebroken in hun huis en was er voor duizenden en duizenden euro’s aan waardevolle spullen gestolen: dure televisies, verschillende laptops, een geluidsinstallatie, meerdere sieraden en een schilderij. Meneer Yilmaz had een formulier bij zich van hun inboedelverzekering. Hij wilde dat ik dit voor hen in zou vullen zodat de verzekering alle schade zou vergoeden. De verzekeraar had namelijk aangegeven dat ik de aanvraag ook moest ondertekenen.
Ik herinnerde me de zeer summier gemeubileerde woning. De televisie was klein en oud geweest, nergens had ik schilderijen aan de muur zien hangen en ook een muziekinstallatie had ik niet gezien. En mocht het gezin ooit in het bezit geweest zijn van dure sieraden, dan hadden ze dit door moeten geven aan de WSNP-bewindvoerder zodat ze verkocht konden worden om extra geld te krijgen voor de schuldeisers. Het hele verhaal was overduidelijk een leugen en een manier om weer extra geld te krijgen. Ik was dan ook niet van plan om hieraan mee te werken.
Mijn oog viel op de handtas die aan de arm van mevrouw Yilmaz hing. In eerste instantie dacht ik dat het om een goedkope imitatie ging, maar nu ik hem beter bekeek, zag ik dat ze met een echte designertas rondliep. Een hele dure.
Goh…
En ineens bleek mevrouw Yilmaz in zeer korte tijd goed Nederlands geleerd te hebben. ‘Jij bent verplicht om ons te helpen. We hebben kleine kinderen. Wat ga je doen dan, hen op straat laten zetten? Hen laten verhongeren?’ Ze keek me triomfantelijk aan.
Het werd me steeds duidelijker. Mevrouw Yilmaz had net zo goed mee gedaan aan het toneelstukje. Ze speelde de onwetende onderdanige vrouw terwijl ze ondertussen net zo gehaaid was als haar man. Ik was verbouwereerd dat deze ouders hun kinderen schaamteloos inzetten als vrijbrief om te liegen en bedriegen. Zó doortrapt konden mensen toch niet zijn? Maar het bewijs stond hier tegenover me.
Wanneer er kinderen in het spel waren die het slachtoffer dreigden te worden van het gedrag van hun ouders, probeerde ik altijd zo lang mogelijk alles in goede banen te leiden. Maar dit had zijn grenzen. Meneer en mevrouw hadden alle kansen gehad, ze waren zelfs toegelaten geweest tot de WSNP waardoor al hun schulden kwijtgescholden zouden zijn! Het enige dat ze hadden hoeven doen was zich netjes aan de regels houden. Maar zelfs dát weerhield hen niet om door te gaan met hun destructieve gedrag.
Ik ging me niet laten misbruiken om de negatieve gevolgen tot een minimum te beperken, om hen een hand boven het hoofd te houden, hoe erg ik het ook vond voor de drie kleine kinderen. Het ging in tegen al mijn principes en ik was niet van plan om die opzij te zetten voor deze twee mensen die dondersgoed wisten waar ze mee bezig waren. Mensen die vonden dat ik, vanwege die kinderen, verplicht was om ze steeds weer uit de brand te helpen.
Ik heb hierna direct het budgetbeheer opgeheven en heb me teruggetrokken bij de rechtbank om hun bewindvoerder te worden. Het gevoel dat ik die kleine kinderen aan hun lot had overgelaten heeft nog wel een tijdje aan me geknaagd…
Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.
Wat een verhaal. Dit soort kwesties werkt etnisch profileren in de hand en dat kan weer doorschieten zoals we bij de Toeslagenaffaire zien. Puur tragisch voor die kinderen en iedereen die zich wel aan de regels probeert te houden. Nederland is geen pinautomaat voor nieuwkomers. Ik denk dat dat bij binnenkomst in alle talen goed duidelijk gemaakt moet worden.
Ik had er altijd heel veel moeite mee om zulke mensen, die willens en wetens de boel aan het oplichten waren, te ondersteunen. Vreselijke mensen met een moreel kompas dat enkel naar henzelf wijst…
Inderdaad, dit is een belangrijke reden geweest dat de belastingdienst helemaal doorsloeg in haar beleid, waardoor heel veel andere mensen de dupe werden (zoals in mijn verhaal: De Kinderopvangtoeslag).
Zo mooi geschreven. Wel sneu voor de kinderen dat ze onbetrouwbare ouders hebben.
Dank je wel Esther 🌺
En inderdaad, ontzettend triest voor kinderen van zulke ouders. Zulke situaties (die ik helaas vaker ben tegen gekomen) waren altijd zeer frustrerend…
Niet te geloven, heb er geen woorden voor.
Vreselijk hè, zulke mensen!