De Banjo

Geschatte leestijd: 10 minuten

Mevrouw Andrés was een heel drukbezette dame van begin vijftig. Ze had een prima baan als architect en verdiende best goed geld maar ze had wat moeite met rondkomen, liet ze me weten toen ik haar telefonisch sprak. Ze was bij mij terecht gekomen via haar boekhouder, die mij weer kende via een andere klant. Van de boekhouder had ik maar weinig achtergrondinformatie gekregen. Ik moest eerst zelf maar eens kennis maken met die mevrouw Andrés, vond hij.

Ze had een taxi genomen naar mijn kantoor. Een rit van zo’n twintig minuten. Ze had ook wel met openbaar vervoer gekund hoor, dat zou wat goedkoper zijn dacht ze, maar nu wist ze tenminste zeker dat ze op tijd zou zijn. Geld goed besteed dus, toch?

Het intakegesprek verliep iets anders dan gebruikelijk. Mevrouw Andrés was een goed verzorgde dame. Ze droeg een outfit die ze zeker niet bij de kringloop gekocht had, haar handtasje kostte een maandsalaris (mijn maandsalaris dan) en haar make‑up en haar zaten onberispelijk.

‘Doet u mij maar een kopje koffie,’ zei ze toen ik haar voor liet gaan in mijn kantoor. ‘Een latte macchiato alstublieft, daar heb ik trek in.’

Ik knikte. ‘Ja, daar zou ik ook wel trek in hebben eigenlijk.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Helaas moeten wij het hier doen met water, thee – ik heb wel verschillende smaakjes – of een Senseo met koffiemelk.’

Mevrouw Andrés keek me over haar zwarte omrande bril geschokt aan. ‘Nou nou, dat is niet wat ik gewend ben.’

Ik schudde mijn hoofd en keek haar verdrietig aan. ‘Ik ben er na al die jaren ook nog steeds niet aan gewend mevrouw. Maar helaas hebben onze klanten allemaal veel te weinig geld waardoor wij ons geen dure apparaten kunnen veroorloven.’ Ik haalde verontschuldigend mijn schouders op. ‘Misschien een kopje thee? Dat is denk ik wel de veiligste keuze.’

Ze gaf me een kort knikje. ‘Ik wil wel even zien welke smaken je allemaal hebt hoor.’

‘Maar natuurlijk mevrouw,’ antwoordde ik en haalde de doos met theezakjes uit de keuken. ‘Zit hier iets tussen wat uw goedkeuring zou kunnen wegdragen?’

In opperste concentratie koos ze een theezakje uit (ze koos voor kersen, ‘lekker hoor!’) en hing hem in het kopje met heet water dat ik al voor haar op tafel had gezet. ‘En een lekker koekje voor erbij?’ Haar ogen gingen over de tafel heen. ‘Misschien staan ze ergens anders?’

‘Hm, nu u het zegt, volgens mij staan ze nog in de keuken. Maar verwacht er niet te veel van hoor!’ waarschuwde ik haar alvast. We hadden nog ergens in de kast een koekjestrommel met van die droge mariakaakjes. Ik vond ze altijd wel lekker, maar voor iemand die trek had in een latte macchiato zou het wel eens een kleine teleurstelling kunnen zijn.

Ze verraste me. ‘Oh, lekker, die kan ik mooi dopen in de thee.’ Ze voegde direct daad bij woord en begon smakelijk het kaakje op te peuzelen.

‘Goed,’ zei ik. ‘Ik heb begrepen dat u misschien wat hulp nodig heeft met uw financiën. Kunt u daar iets meer over vertellen?’

‘Ja, ja, dat klopt inderdaad. Ik moet hoognodig een aantal kamers opruimen. Die staan echt helemaal vol met spullen die ik eigenlijk niet meer nodig heb. Maar dat gaat heel veel tijd kosten waardoor ik geen tijd meer hem om zelf op mijn financiën te letten. En dan heb ik ook nog eens een hele drukke baan. Ik red het niet meer hoor.’

Ik leunde wat achterover en keek haar uitnodigend aan om verder te praten.

Ze vertelde dat ze in een groot appartement woonde met meerdere kamers. En die kamers stonden allemaal vol met schoenen en tassen en kleding. En beeldjes (ze was dol op kunst), muziekinstrumenten (ze zou binnenkort eens muziekles gaan nemen), verfspullen (ze had zich ingeschreven voor een schilderscursus), brei spullen (ze dacht dat breien wel een leuke hobby zou zijn voor haar), een hele cursus Spaans (ze moest tenslotte blijven leren hè) en dozen vol met boeken die ze binnenkort eens zou gaan lezen.

En nu was het grootste probleem dat al die kamers ondertussen vól stonden. Er kon niets meer bij, terwijl ze regelmatig dingen moest kopen die ze écht heel erg nodig had. Misschien moest ze anders eens een timmerman uitnodigen om grote kasten te maken voor haar. Dan zouden al die spullen minder in het zich staan. Dan zou ze alles beter kunnen opbergen, want die chaotische rommel, daar kon ze niet tegen hoor!

Af en toe waagde ik het om iets te vragen in de trant van: ‘heeft u al die spulletjes écht wel nodig?’ maar dat leverde me een meelijwekkende blik op. Dom gansje was ik toch. Natúúrlijk zijn al die spulletjes nodig.

Ik liet haar nog even doorpraten en stelde haar toen de vraag: ‘Wat zou u precies van mij nodig hebben?’

Ze kwam met een antwoord waaruit bleek dat ze toch wel wat zelfkennis had. ‘Ik begin te denken dat ik misschien een klein beetje een gat in mijn hand heb. Zie je, ik verveel me soms. Dan ga ik achter mijn laptop zitten – oh ja, ik moet trouwens ook een nieuwe kopen want de virusscanner doet het niet meer – en bezoek dan allemaal websites waar ze van die mooie spulletjes te koop hebben. En dan koop ik dat. Vaak moet je dan echt heel snel beslissen omdat het in de aanbieding is. Mijn boekhouder wil me nu niet langer meer extra geld geven als het op is. Ik verdenk mijn vader ervan dat hij daar achter zit.’

‘Ah,’ reageerde ik. ‘En wat doet uw boekhouder dan precies voor u?’

‘Die doet mijn belastingaangiften en stort altijd wat extra als ik het niet red met mijn salaris.’

‘Juist. En hoe komt uw boekhouder dan aan dat extra geld?’

Mevrouw Andrés keek me aan alsof ze water zag branden. ‘Ja, van mijn vader natuurlijk!’

Er begon me wat te dagen. ‘Ik denk dat ik wel een beetje begrijp wat er speelt. Vindt u het goed als ik dan samen met uw boekhouder ga kijken hoe we u het beste kunnen helpen?’

‘Dat lijkt mij een prima idee!’ riep ze. Ze keek naar me als een trotse moedergans omdat dit domme gansje helemaal zelf op dat idee was gekomen. ‘Dan hoef ik me daar geen zorgen meer om te maken en kan ik me eindelijk volledig gaan richten op het uitzoeken van mijn spulletjes.’

Ze bestelde weer een taxi (dat scheelde haar heel veel tijd en was het geld dus meer dan waard, zei ze er nog even bij) en vertrok weer naar haar overvolle appartement. Ik bleef achter op kantoor met meer vragen dan antwoorden.

Het gesprek dat ik daarna met haar boekhouder had, gaf een verhelderende inkijk in haar situatie. Mevrouw Andrés kwam uit een zeer vermogende familie. Haar vader bekleedde een hoge overheidsfunctie en had ergens een goedbetaalde baan geregeld voor zijn dochter. Die ontving daar iedere maand ruim € 8.000,- aan salaris voor. Maar ze was vaker niet dan wel op kantoor. Omdat ze het te druk had.  

Door haar vaders bemoeienis maakte de werkgever hier nooit een punt van. Die hadden mevrouw aangenomen als vriendendienst naar vader en verwachtte sowieso niet veel van mw. Andrés. Ze vonden het op kantoor juist wel prettig als ze er niet was, want ze zorgde blijkbaar altijd voor heel wat reuring. Haar woning, een ruim appartement van twee verdiepingen op een locatie waar de meeste van mijn klanten nooit zouden komen, was jaren geleden door haar vader gekocht. Van zijn dochter verwachtte hij dat ze zelf voor de overige vaste lasten zorgde. De boekhouder was eigenlijk de boekhouder van haar vader. Steeds als hij wat extra geld bijstortte voor haar, deed hij dat van haar vaders rekening. Met zijn toestemming uiteraard. Maar omdat het de laatste tijd steeds vaker gebeurde (haar salaris was soms na enkele dagen al op) en omdat haar vader ook niet meer de jongste was, vonden ze het een goed idee dat iemand anders haar budget zou gaan beheren. Haar salaris moest toch wel een keertje genoeg zijn om van te kunnen leven? Natuurlijk, ze was enig kind en het vermogen van haar vader zou zij uiteindelijk toch wel erven, maar haar vader werd wat onrustig bij het idee dat zijn dochter zonder rem de beschikking zou krijgen over zijn opgebouwde spaarcentjes.

En zo geschiedde. Het salaris van mw. Andrés werd voortaan op een beheerrekening gestort en vanaf die rekening betaalde ik haar vaste lasten. Wat overbleef (een flink bedrag!) kreeg ze om de paar dagen op een rekening gestort waar zij zelf de bankpas voor had. Als ze meer nodig had, moest ze mij bellen om extra geld te vragen. En dat deed ze zeer regelmatig. Voor een nieuwe waterkoker, een nieuwe televisie, dat superschattige schilderijtje dat ze had zien hangen, een paar nieuwe schoenen die ze écht nodig had want ze had een heel mooi broekpak gekocht bij die boetiek waar ze zo graag kwam…

Het opruimen van die overvolle kamers wilde nog niet zoveel vlotten hoor, want ze had eerst wat rust in haar hoofd nodig.

Door al die zorgen die ze nu had om haar moeder (die had een griepje te pakken) en de rem op haar financiën door haar vader (‘dat mág toch eigenlijk helemaal niet!’ riep ze een keer gefrustreerd) had ze nu gewoon geen ruimte meer om te starten met het scheppen van orde in haar chaos. Echt niet. En of ik weer even € 1000,- extra kon storten omdat ze een mooie lijst moest laten maken voor dat superschattige schilderijtje.

En zo ging het nog wel even door. Ik had haar budget goed op orde, had verschillende spaarpotjes voor onvoorziene zaken en wist precies hoeveel ze nog te besteden had tot haar volgende salaris. Voor mij was het dus vrij simpel. Op is op. En als ze op die momenten meer nodig had voor één van haar zeer belangrijke aankopen, moest ze van mij wachten met aanschaffen totdat haar salaris weer gestort werd. Maar oh boy, daar kon ze maar slecht mee omgaan. Ik had al lang door dat mevrouw professionele hulp nodig had om haar koopverslaving onder controle te krijgen. Gelukkig reageerde ze positief toen ik dat idee met haar besprak. Ze vond een psycholoog die wekelijks gesprekken met haar voerde en langzaam maar zeker merkte ik dat ze steeds minder vaak om extra geld vroeg.

‘Echt hoor,’ riep ze eens enthousiast, ‘ik ben hélemaal genezen! Ik koop niets meer wat ik niet nodig heb!’

Ik moest denken aan alle webshop afschrijvingen die ik nog steeds dagelijks tegenkwam op haar rekening en vroeg me af hoeveel pennen, kladblokken, plantenpotjes, kunstbloemen (zijn ze niet práchtig!!) en attaché tassen iemand nodig heeft.

Maar, ze wist nu al enkele maanden rond te komen van haar schamele salaris. Een flinke aderlating, dat wel. Maar onzinnige aankopen? Nee, zeker niet. Hoe het nu met het opruimen ging? Nou, best wel goed. Ze was al een paar keer in die kamers geweest om te inventariseren wat ze nu eigenlijk allemaal had. Daar had ze een prachtige rode jas gevonden die ze jaren geleden voor weinig had gekocht. Het prijskaartje zat er zelfs nog aan! Ze was direct naar de Beijenkorf gerend om er een mooie zijden sjaal bij te kopen. Nu kon ze de jas eindelijk gaan dragen. ‘Goed hè!’ riep ze trots.

Ik dacht er zo het mijne van.

Het was weer tijd voor onze driemaandelijkse afspraak. Deze keer kwam ze een minuut of tien te laat.

‘Sorry sorry!’ riep ze terwijl ze langs me heen stoof. Ze had een grote tas in haar handen. ‘Ik was juist tien minuten te vroeg. En omdat ik nog wel wat tijd had, ben ik naar dat leuke winkeltje hiernaast gegaan. Je weet wel, waar ze die muziekinstrumenten verkopen.’ Ze hield de grote tas omhoog. Een zwart plastic exemplaar met het logo van die muziekwinkel.

Ik zag de bui al hangen.

‘Er hing daar toch zo’n schattig gitaartje! Hoe noem je zoiets nou ook alweer?’

Ze haalde een gitaarkoffertje uit de tas en sloeg het deksel open. Er lag inderdaad een heel schattig gitaartje in.

‘Dat noem je een banjo,’ liet ik haar weten.

‘Oh ja, een banjo. Nou, dat vond ik toch zo toevallig! Ik heb áltijd al banjo willen spelen. En nu hing deze daar gewoon aan de muur!’

Ik keek haar uitdrukkingsloos aan.

‘En omdat het zo goed gaat met me en ik niets meer koop dat ik niet nodig heb, vond ik dat ik wel iets moois verdiend had. Iets dat ik echt mijn hele leven al wilde hebben. Ik ben zo ontzéttend blij!’ Ze keek me verrukt aan.

Ik trok een wenkbrauw op. 

Mevrouw Andrés was even stil. Ik zag dat de radartjes in haar hoofd overuren draaiden. Tenslotte kwam ze tot dezelfde conclusie als ik. ‘Misschien was dit toch niet zo’n handig aankoop.’ Ze keek beteuterd naar de banjo. Met een zucht sloot ze de koffer. ‘Ik heb het bonnetje nog. Ik ga hem straks direct weer terugbrengen.’

Deze keer voelde ik me de trotse moedergans.

De volgende ochtend belde ze me op. ‘Ik stond voor die winkel maar kon het echt niet over mijn hart verkrijgen om mijn banjo terug te brengen. Ik heb er goed over nagedacht en besloten om hem te houden. Hij past perfect bij mijn andere drie gitaren. Die ga ik nu allemaal naast elkaar aan mijn muur op laten hangen.’

Poe, dacht ik bij mezelf, haar ouders hebben toch wel wat steekjes laten vallen tijdens de opvoeding…      

Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend?
Vergeet dan niet om een duimpje te geven!
Je kunt het verhaal ook delen via de onderstaande deelknoppen.
Hieronder een bericht achterlaten kan natuurlijk ook.
Wil je niets missen van mijn verhalen, meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

10 gedachten over “De Banjo”

  1. Jan Zondervan

    He Mariëlle. Vanmiddag na de wandeling leuk gesprek met je gehad. Was nieuwsgierig naar je boek over je opa. Google heeft goed geholpen. Voordat ik het wist op je Instagram account gekomen. Kon ik gelijk je verhalen lezen. Goed geschreven hoor!! Boek ga ik ook nog een keertje lezen. Leuk je ontmoet te hebben.
    Gr. Jan

    1. Wat leuk Jan. Lang leve google.
      Ik heb het net nog over je gehad, jouw verhaal vond ik ook zo bijzonder!
      Dank voor je mooie compliment.
      We zullen elkaar binnenkort wel weer een keer tegenkomen, want dat hiken is me prima bevallen.

  2. Annie van Doorn Voois

    Weer een leuk verhaal Marielle, ik zou daar niet op de koffie gaan, ze heeft vast geen plekje meer over om te zitten.
    Hahaha leuk ik kan haar bijna voor me zien, beeldend beschreven.

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Scroll naar boven