De Fiets

Geschatte leestijd: 11 minuten

Ik werd benaderd door een woningbouwvereniging. Ze hadden een huurder met flinke betalingsachterstanden bij wie bovendien ook nog eens brand had gewoed in de woning. De woningbouwvereniging was net klaar met de renovatie zodat de woning weer bewoonbaar was na de brand, maar meneer had echt wel hulp nodig om die betalingsachterstanden weg te werken. Ze hadden al een ontruimingsvonnis maar omdat er een kind in het spel was, wilden ze hem nog één kans geven om de situatie op te lossen. Wellicht dat het met mijn hulp zou gaan lukken. Jeugdzorg was er trouwens ook bij betrokken. En oh ja: hij had ook geen inboedelverzekering gehad toen de brand uitbrak. Oeps!

Dus zo geschiedde. Ik had een intake gesprek met meneer Kumar. Tegenover me zat een man van achterin de dertig. Een trótse man van achterin de dertig. Ik merkte dat aan alles. Het was een bepaalde trots waar ik bewondering voor kan hebben. De “niet klagen maar dragen” en de “schouders eronder” variant. Hij was altijd in staat geweest om voor zichzelf en voor zijn dochtertje te zorgen. De moeder was niet lang na de geboorte uit beeld verdwenen en de afgelopen negen jaar had hij als alleenstaande vader alle ballen hoog weten te houden. En dat lukte hem aardig, totdat het natuurlijk ineens niet meer lukte…

Breed hadden hij en zijn dochtertje het nooit gehad. Hij werkte als schoonmaker en had een contract voor tien uur per week maar er was altijd meer dan genoeg werk. In de praktijk werkte hij dan ook zo’n veertig uur per week en verdiende daarmee net genoeg om alle vaste lasten te betalen en om van te kunnen eten. De kinderbijslag gebruikte hij om de overige aankopen te doen voor zijn dochtertje, zoals kleding, gymschoenen of een schooltas en hij probeerde ook altijd wat te sparen voor een mooi verjaardagscadeau. Voor zichzelf kocht hij nooit iets. En dat was te zien aan de versleten kleding en schoenen die hij droeg.

Het begon geleidelijk.

Hij werd een keer een week maar dertig uur ingedeeld voor werk in plaats van veertig. Geen man overboord natuurlijk, maar wel vervelend als je het allemaal nog maar net redt. Alleen de week daarna kreeg hij ook maar dertig uur. En de week daarna zelfs maar twintig uur. Die maand had hij een kwart minder uren gewerkt dan normaal en dat was goed te voelen in zijn portemonnee. Hij gebruikte de gespaarde kinderbijslag om het tekort aan inkomen op te vullen. Crisis afgewend!

Tot de volgende maand toen bleek dat hij weer geen veertig uur per week was ingeroosterd, maar tussen de tien en twintig uur per week. Zijn werkgever had simpelweg niet meer uren om te geven. Meneer Kumar solliciteerde wel bij andere schoonmaakbedrijven, maar het ging op dat moment niet heel erg goed in de schoonmaakbranche. Het lukte hem niet om meer werk te vinden. Zijn inkomen zakte naar zo’n zeshonderd euro per maand. En van die zeshonderd euro had hij alles moeten doen. De huur alleen was al iets van vijfhonderdvijftig euro! Men hoeft geen rekenwonder te zijn om te snappen dat de balans tussen inkomen en vaste lasten compleet uit evenwicht was.

Ze gingen op een soort rantsoen, hij en zijn dochtertje. Hij zegde het abonnement op voor internet en TV en stopte met betalen van de inboedel en WA-verzekering waardoor hij geroyeerd werd. De zorgverzekering betaalde hij soms wel, soms niet. Steeds als de woningbouwverenging betalingsherinneringen stuurde omdat de huur niet betaald was, stortte hij honderd of tweehonderd euro naar de verhuurder. Dan lieten ze hem weer heel even met rust.

Gas en elektra werd ook steeds lastiger om te betalen en na enige tijd werd hij afgesloten. Daar zat hij dus, met zijn dochtertje in een koud en donker huis. Hij kocht kaarsen om toch nog wat licht en warmte te hebben.

Met zijn dochtertje ging het niet zo goed op school.

Ze viel vaak in slaap tijdens de les en haar cijfers gingen achteruit. Ze droeg schoenen die net te klein waren en haar lunchpakketje werd steeds soberder. Vanuit school werd er een melding gedaan bij jeugdzorg omdat men zich, terecht, zorgen maakte om dat negenjarige meisje dat steeds verder weg leek te kwijnen. Toen sloeg het noodlot toe: er brak thuis brand uit. Gelukkig waren er geen gewonden gevallen, maar de ellende was niet meer te overzien. Hij was alles kwijt, en hij had al niet veel om mee te beginnen.

Toen de woningbouwvereniging klaar was met de renovatie, verhuisde meneer Kumar weer terug naar zijn woning. Een hele kále woning want alle meubeltjes waren ook afgefikt tijdens die brand. Hij kreeg de opdracht van jeugdzorg om een goed bed te kopen voor zijn dochtertje. En ook een bureautje om haar huiswerk aan te kunnen maken, en wat nieuwe kleding. Dus dat deed hij. Het gevolg was wel dat hij die maand amper geld over had om nog eten van te kunnen kopen. En dat was het moment dat hij bij mij aan tafel zat.

De mogelijkheid om hulp te vragen was niet bij hem opgekomen. Hulp vragen? Aan wie? Hij had geen vangnet van vrienden of familie die hem konden bijstaan. En instanties vragen om hulp? Bestonden zulke instanties? En wat voor hulp konden ze hem geven dan? Hij had werkelijk waar geen idee. Meneer Kumar stond er helemaal alleen voor. En de instanties die wel betrokken waren (zoals de school van zijn dochtertje en jeugdzorg) waren vooral bezig met vertellen wat hij allemaal moest doen om zijn dochtertje een veilige thuisplek te geven. Meneer Kumar liep op zijn tandvlees en zag alleen maar ellende en armoe als hij naar hun toekomst keek. Hij was niet aan het leven, maar aan het óverleven.

Mijn hulp was hard nodig.

‘Meneer Kumar,’ vroeg ik hem, ‘je hebt het over een salaris van ongeveer zeshonderd euro per maand. Maar waar zijn je toeslagen?’

‘Toeslagen?’ vroeg hij verward. ‘Daar heb ik toch geen recht op?’

‘Ik zou niet weten waarom niet. Voor zover ik het nu kan zien, heb je recht op huurtoeslag, zorgtoeslag en op kindgebonden budget.’

Hij knipperde een paar keer met zijn ogen.

‘En omdat je maar zeshonderd euro per maand verdient, heb je waarschijnlijk ook recht op aanvullende bijstand van de gemeente.’

Ik maakte een snelle berekening voor hem.

Per maand had hij recht op zo’n zevenhonderd euro aan toeslagen plus een aanvullende bijstandsuitkering van zo’n zeshonderd euro. Sterker nog, toen hij nog wel gewoon veertig uur per week werkte had hij ook al recht gehad op die zevenhonderd euro aan toeslagen. Jarenlang was hij rondgekomen van een minimuminkomen zonder die oh zo belangrijke financiële aanvulling in de vorm van toeslagen. Ik vond het bewonderenswaardig dat hij het sowieso al die jaren had gered.

Ik schreef een fonds aan om een gift te verstrekken zodat er per direct weer gas en licht aangesloten kon worden in de woning: een nieuw incident met een kaars was zeer onwenselijk. Ook vroeg ik om wat extra boodschappengeld zodat hij de maand door kon komen. Dat gaf direct alweer een beetje lucht.

Het goede nieuws was dat ik met terugwerkende kracht over een periode van negentien maanden die toeslagen aan kon vragen voor hem. Het zou enkele maanden duren voordat de belastingdienst die aanvraag afgehandeld zou hebben en de bedragen zou gaan uitkeren. Maar we wisten nu dat er ruim dertienduizend euro gestort zou gaan worden op zijn rekening. Genoeg om de volledige huurschuld te betalen en dan bleef er zelfs nog voldoende over om wat meubeltjes te kopen voor in huis!

Bij de gemeente vroegen we een aanvullende bijstandsuitkering aan. Een proces dat wel wat tijd in beslag nam. Helaas kon deze aanvraag niet met terugwerkende kracht gedaan worden, maar de gemeente gaf wel alvast een voorschot zodat er vanaf dat moment voldoende geld binnenkwam om de lopende huur te gaan betalen.  

Ik liet de woningbouwvereniging weten dat er een flink bedrag aankwam waarmee de volledige achterstand in één keer betaald zou worden. En ik kon de afspraak maken dat de lopende huur voortaan op tijd betaald zou worden. De woningbouwvereniging ging daarom akkoord met mijn voorstel om de ontruimingsprocedure volledig on-hold te zetten zodat die schuld niet nog verder op zou gaan lopen. Wel met de voorwaarde dat de lopende huur voortaan écht op tijd betaald zou worden. Anders zouden ze alsnog kunnen besluiten om tot ontruiming over te gaan. Het vonnis lag er tenslotte al.

Meneer Kumar zou nog een maand of twee heel zuinig aan moeten doen totdat de toeslagen maandelijks binnen zouden gaan komen. Dat deerde hem absoluut niet. Hij kon namelijk weer naar een toekomst kijken waar heel wat meer kleur in zat.

Een aantal weken later belde meneer Kumar me op. Hij eiste op zeer gebiedende toon (zo kénde ik hem helemaal niet) dat een groot deel van het bedrag op de rekening naar hem overgeboekt zou worden. Hij moest namelijk een fiets kopen voor zijn dochtertje. Maar dat saldo op de rekening was bedoeld voor de volgende huurbetaling, liet ik hem weten. Meneer Kumar vond die fiets toch echt belangrijker en eiste nog steeds dat ik het geld naar hem zou overboeken.

Ik legde uit dat dat zeer onverstandig was, omdat de woningbouwvereniging dan misschien tot ontruiming zou overgaan. Die fiets voor zijn dochtertje zou nog zo’n anderhalve maand moeten wachten. Er brak paniek uit bij meneer Kumar. Nee! Dat kon echt niet hoor! Hij moest binnen een week die fiets hebben, anders zou jeugdzorg de procedure op gaan starten om zijn dochter onder toezicht te plaatsen!

Huh? dacht ik bij mezelf. Die gebiedende en paniekerige toon kon ik nu in ieder geval wat beter begrijpen.

‘Weet je wat,’ stelde ik voor, ‘laten we even samen met jeugdzorg om de tafel gaan zitten. Dan kunnen we met elkaar kijken wat er wel en niet mogelijk is.’

‘Zou je dat echt voor me doen’ vroeg hij, ‘met me meegaan?’

Ik vond die vraag, en vooral de verbaasde toon ervan, zo ontzettend veelzeggend…

Een aantal dagen later zaten we aan een ronde tafel op het kantoor van jeugdzorg. Meneer Kumar was één brok nervositeit. De jeugdzorgwerker keek hem streng aan en begon uit te leggen waarom hij die fiets voor zijn dochter moest kopen. Het waren allemaal hele plausibele redenen hoor, absoluut. Maar het verzoek had inderdaad een dreigend karakter. Meneer Kumar had tijd genoeg gehad om orde op zaken te stellen en om te laten zien dat zijn dochtertje voor hem op de eerste plaats kwam. Ze hadden hem kansen zat gegeven om een veilige thuissituatie te creëren en om haar te geven wat ze nodig had. Als hij het niet zou doen, zouden ze de procedure op gaan starten om zijn dochtertje onder toezicht te stellen. En misschien zou het zelfs wel beter zijn dat ze tijdelijk uit huis geplaatst werd.

De arme man werd nu voor een onmogelijke keuze gesteld: of die fiets kopen en daarmee het risico lopen alsnog ontruimd te worden door de verhuurder, of de huur betalen en daarmee het risico dat hij zijn dochtertje kwijt zou raken.  

‘Weten jullie iets over zijn financiële situatie?’ onderbrak ik het betoog van de jeugdzorgwerker.

Die keek me verward aan. ‘Zijn financiële situatie?’ zei hij, mijn vraag herhalend.

‘Ja, zijn financiële situatie. Want op dit moment eisen jullie iets van hem wat hij onmogelijk kan doen.’

‘Dat begrijp ik niet,’ antwoordde hij.

Ik vertelde dat meneer Kumar jarenlang ver onder het minimum had geleefd zonder problemen. Een prestatie die maar weinigen hem na konden doen. Dat hij daarna buiten zijn schuld om een enorme inkomensterugval had gehad en zelf niet had geweten dat hij recht had op aanvullend inkomen. Dat hij zelf een paar weken op brood en rijst had geleefd zodat hij dat bed en dat bureautje en wat kleding had kunnen kopen voor zijn dochtertje. Dat ik met een fonds had geregeld dat hij weer aangesloten werd voor gas en elektra en wat extra geld kreeg om eten te kunnen kopen. Ik legde uit wat we hadden gedaan om het inkomen te vergroten, dat het nog zeker een maand zou duren voordat dit op de rekening gestort zou worden en dat de woningbouwvereniging akkoord was gegaan om de ontruiming on-hold te zetten, míts de lopende huur op tijd betaald zou worden.

‘Als jullie nu gaan eisen dat hij een fiets koopt voor zijn dochtertje, betekent dit dat de huur voor komende maand niet betaald kan worden. Terwijl er al een ontruimingsvonnis ligt.’

De jeugdzorgwerker keek me geschrokken aan en stamelde iets in de trant van: ‘dat wist ik niet’.

‘Waarom heb je hier nooit iets over gezegd?’ vroeg ik aan meneer Kumar.

Die antwoordde dat hij bang was dat als jeugdzorg wist over de financiële problemen,  ze zijn dochtertje misschien bij hem weg zouden halen. Een angst die ik helaas wel vaker ben tegengekomen.

Ik keek de jeugdzorgwerker vragend aan. ‘De eisen die jullie aan hem stellen, zijn allemaal op te lossen met voldoende geld. Zijn er ook nog andere zaken die spelen als het gaat om zijn dochtertje?’

Nee, dat was niet het geval. Het ging echt om die veilige leefomgeving creëren.

‘Is het misschien een idee,’ vroeg ik de jeugdzorgwerker, ‘dat jij en ik samen een fonds aan gaan schrijven voor die fiets? Dan kun jij beschrijven waarom die fiets echt direct nodig is en kan ik beschrijven waarom het op dit moment onmogelijk is voor meneer Kumar om een fiets te betalen. Ik denk dat het ons samen wel zal lukken om een gift te regelen.

‘Ja, natuurlijk!’ reageerde de jeugdzorgwerker. ‘Ik wist gewoon niet dat de situatie zo nijpend was. Ik zal een kort verslagje maken voor je. Morgenochtend heb je die in je mail.’

Meneer Kumar keek ondertussen met open mond naar de twee andere mensen aan tafel die binnen een minuut de hete angel uit de situatie hadden gehaald.

‘Geweldig,’ riep ik enthousiast, ‘dan zorg ik ervoor dat de aanvraag morgen direct de deur uitgaat.’ Ik knikte en keek meneer Kumar aan. ‘Ik kan geen enkele reden bedenken waarom het fonds deze aanvraag niet zou goedkeuren. We gaan het voor je regelen.’

Hij schudde zijn hoofd en kreeg tranen in zijn ogen.

Ik voelde een enorme sympathie voor deze man. Hier zat een vader die jarenlang alles opzij had gezet. Die niet om hulp vroeg omdat hij niet wist wáár hij om hulp kon vragen – en misschien ook omdat hij andere mensen niet tot last wilde zijn (trots kan soms best wel eens in de weg staan). Iemand die onder hoogspanning had gestaan, zichzelf volledig wegcijferde ten behoeve van zijn dochter en de afgelopen jaren alleen maar zorgen had gekend.

En nu waren al die zorgen ineens verdwenen.

Het duurde nog enkele maanden voordat meneer Kumar uit die overleefstand kwam. Als iemand zo lang alleen maar zorgen heeft gekend, loopt het brein, nadat die zorgen zijn verdwenen, vaak nog een tijdje achter de feiten aan. Maar het lukte hem om zijn leven weer op te bouwen. Voor hem en zijn dochtertje. 

Het leven van een bewindvoerder gaat niet altijd over rozen, maar dít was precies de reden waarom ik het werk ben gaan doen.

Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend?
Vergeet dan niet om een duimpje te geven!
Je kunt het verhaal ook delen via de onderstaande deelknoppen.
Hieronder een bericht achterlaten kan natuurlijk ook.
Wil je niets missen van mijn verhalen, meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

7 gedachten over “De Fiets”

  1. Pingback: Verhalen van een bewindvoerder - De Kinderopvangtoeslag

  2. Weer een heel mooi verhaal, alhoewel het natuurlijk zeer schrijnend is. Deze man mag echt in zijn handjes geknepen hebben dar jij zijn bewindvoerder was. Zie het helemaal voor me,marielle met het toontje van: weten jullie zijn situatie wel? Geweldig. En ja ik snap dat deze man nog zeer lang in de overlevingskans heeft gezeten.

    1. Weet je wat achteraf een beetje bizar was? De problemen leken vooraf zo groot en onoverkomelijk. Vooral voor de man zelf. Terwijl het voor mij als bewindvoerder uiteindelijk één van de simpelste dossiers was om op te lossen…

  3. Ineke Penning

    Wat zijn er toch schrijnende verhalen met al die aparte instanties die geen idee hebben hoe sommigen moeite hebben met overleven.
    Wij denken altijd aan mensen die niet werken maar juist mensen die werken en niet genoeg inkomen hebben zijn vaak het bokkie.
    Met deze verhalen begrijp ik ook steeds meer over het werkt wat je altijd gedaan heb en ben trots op je. X

    1. Dat is heel lief! Dank je wel 🌺

      Ja, hard werken en alsnog niet rond kunnen komen. Er zijn zo veel mensen bij wie het water tot aan de lippen staat. Er is dan nog maar weinig nodig om te verzuipen. Helaas wordt er op financieel gebied meestal pas hulp ingeschakeld nadat het al flink uit de hand is gelopen.

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Scroll naar boven