De Chocoladerepen

Geschatte leestijd: 11 minuten

Om drie uur had ik een intakegesprek met Erik en zijn reclasseringsambtenaar Gerard. Erik had wat moeite met zijn financiën en daarom wilden ze budgetbeheer voor hem aanvragen. Het was ondertussen tien over drie. Gerard was er al. Erik nog niet.

‘Ik heb hem net gebeld,’ zei Gerard verontschuldigend. ‘Hij is onderweg. Nog een minuut of tien.’

Ik haalde mijn schouders op. ‘Ik heb hierna toch geen afspraken meer. Als het voor jou geen probleem is om te wachten, ga ik nu gewoon door met mijn werk en zien we hem zo wel verschijnen.’

Na een minuut of twintig kwam Erik als een paniekerige wervelwind het kantoor binnenstormen. ‘Sorry!’ riep hij. ‘Ik dacht écht dat ik genoeg tijd had, maar toen ik op de brommer stapte zag ik dat ik eerst nog moest tanken. Toen deed mijn pinpas het weer niet toen ik af wilde rekenen bij de pomp dus nu moet ik straks eerst naar huis om contant geld te halen en dan weer terug naar die pomp om te betalen. Ze hebben me uitstel gegeven,’ – hij liet een papiertje zien waarop een bedrag geschreven stond – ‘ze kennen mij daar gelukkig.’

‘Hoi Erik,’ zei ik terwijl ik mijn hand uitstak. ‘Ik ben Mariëlle. Welkom. Je hebt al een heel avontuur achter de rug zo te horen.’

‘Oh, ja, ja, sorry. Ja, hoi, ik ben Erik.’ Hij schudde mijn hand en zwaaide vervolgens naar Gerard. ‘Hoi, sorry dat ik zo laat ben.’

‘Je hebt geluk dat Mariëlle en ik verder geen afspraken meer hebben vanmiddag,’ antwoordde Gerard. ‘Maar fijn dat je er in ieder geval bent.’

We namen plaats in de spreekkamer. Erik zette zijn rugtas op de grond en begon er druk in te graaien. Hij haalde er stapels papieren en ongeopende enveloppen uit en strooide ze over de tafel heen. De helft vloog over de rand van de tafel en belandde op de grond. Erik dook onder de tafel, raapte alles bij elkaar en legde ze nu iets voorzichtiger weer op tafel. ‘Gerard zei dat ik mijn administratie mee moest nemen.’ Hij gebaarde naar de chaos die voor ons lag.

‘Juist.’ Ik keek vragend naar Gerard, die dit gesprek had aangevraagd.

Die keek op zijn beurt weer naar Erik. ‘Uh, Erik, het was de bedoeling dat je al je administratie bij míj in zou leveren. Vorige week al. Dan had ik al een klein overzichtje kunnen maken van alles.’

‘Oh,’ was de reactie van Erik. Hij zag er wat verslagen uit.

‘Het geeft niet, ik ben wel wat gewend hoor, als het gaat om een administratie. Of iets wat ervoor door moet gaan,’ zei ik er knipogend achteraan. ‘Maar voor nu is het denk ik het handigst als jullie me wat meer vertellen over de financiële situatie. Waarom is er budgetbeheer nodig?’  

Tot zijn veertigste had Erik altijd gewerkt, als buschauffeur. Hij had een koophuis, een vrouw en een grote groep vrienden. Maar Erik had ook al jaren te kampen met een drugsverslaving. Vooral cocaïne was favoriet. En wiet. Hij wist het lange tijd te verbergen voor zijn vrouw en vrienden. Voor zover zij wisten deed hij gewoon af en toe een lijntje en rookte hij af en toe een blowtje. Niets om je zorgen om te maken. Maar in de praktijk was het niet af en toe. Hij deed het dagelijks. Omdat hij veel overuren maakte en lekker verdiende, bracht het op financieel gebied geen problemen en jarenlang ging dit goed.

Maar een van de vervelende eigenschappen van drugs is dat je er steeds meer van nodig hebt om hetzelfde prettige gevoel te krijgen. Zo ook bij Erik. De drugs ging een steeds grotere rol spelen in zijn leven. Zijn hechte vriendengroep werd door Erik steeds meer verwaarloosd. Ze werden vervangen door andere “vrienden” die hij ontmoette in de drugsscene. Zijn vrouw begon door te krijgen dat er iets écht goed mis was, maar op dat moment had Erik het punt al bereikt dat het hem weinig meer kon schelen wat de gevolgen waren van zijn gedrag. Langzaamaan begon zijn gebruik een tol te eisen op hun financiën, op hun dagelijkse leven en op hun relatie.

Zijn werk begon er ook onder te lijden, totdat de situatie daar onhoudbaar werd. Erik werd ontslagen. Niet veel later barstte ook thuis de bom en scheidden hij en zijn vrouw van elkaar. Het koophuis werd verkocht, met verlies. En er ontstonden nog meer schulden. Hij betaalde zijn zorgverzekering niet meer, reed regelmatig zwart wat de nodige bekeuringen opleverde (die hij ook niet betaalde) en hij was ondertussen bij mobiel abonnement nummer drie beland omdat hij bij de vorige twee was afgesloten. Hij had geen huis meer en sliep regelmatig bij vrienden (die uit de drugsscene), soms bij zijn vader en soms op straat. Het dieptepunt was nog niet bereikt, want niet veel later kwam Erik in aanraking met justitie en kreeg hij een gevangenisstraf.

Het enige positieve aan de periode in detentie, was dat er geconstateerd werd dat Erik ADHD had (aanrader! lees hier mijn artikel over ADHD). Ik had daar al zo’n donkerbruin vermoeden van. Hij kickte af van de drugs en er werd Ritalin voorgeschreven. Daar knapte hij wel wat van op. Een deel van zijn gevangenisstraf werd omgezet in een taakstraf en zo kwam Erik weer op vrije voeten onder begeleiding van de reclassering.

Hij ontving een bijstandsuitkering en er werd een klein huurhuisje gevonden voor hem. Maar het ging als snel mis. Zijn schulden hadden namelijk al die tijd op hem liggen wachten. Zijn oude hypotheekverstrekker (waar hij vanwege de verkoop met verlies nu een schuld had) had een deurwaarder in de arm genomen en die had beslag gelegd op zijn inkomen, wat al niet veel was. Zijn zorgverzekeraar had beslag gelegd op de zorgtoeslag en er waren nog aardig wat andere schuldeisers die ook allemaal geld wilden zien van Erik. Zo ook de NS vanwege die boetes voor zwartrijden. De boetes waren ondertussen in behandeling bij het OM. Het CJIB probeerde de bedragen te innen, tot nu toe zonder resultaat. In het uiterste geval kon Erik zelfs gegijzeld worden (wat inhoudt dat hij enkele dagen in de gevangenis kon belanden) om op die manier betaling af te dwingen. Ook betaalde hij de huur regelmatig niet, waardoor de verhuurder begon te piepen.

Vanuit de reclassering hadden ze al bedacht dat hij alleen uit de schulden zou kunnen komen door hem aan te melden bij de gemeente voor schuldhulpverlening. Maar om daarvoor in aanmerking te komen, was het belangrijk dat hij op zijn minst geen nieuwe schulden zou maken en een stabiel budget zou hebben (wat inhoudt dat de inkomsten voldoende moeten zijn om alle vaste lasten te kunnen betalen, inclusief boodschappen). Op papier zou hij dat wel hebben (hoewel hij vanwege het beslag maar weinig overhield voor boodschappen) maar in de praktijk lukte het hem niet om zich aan een strak budget te houden. Hulp was dus hard nodig.

Ik vroeg me af of budgetbeheer wel voldoende zou zijn. In dat geval wordt er namelijk nog heel veel van de klant zelf verwacht, zoals het bijhouden van een eigen administratie, het verwerken van post en daarin de keuze maken welke informatie belangrijk is om door te sturen naar de budgetbeheerder, het compleet krijgen van een dossier om aan te melden voor schuldhulpverlening en ook dát traject geheel zelfstandig doorlopen. Om budgetbeheer goed te laten verlopen is dus nog aardig wat zelfstandigheid nodig van de klant. Iets wat ik een beetje miste bij Erik hier.

Maar het zou op dit moment lastig zijn om beschermingsbewind aan te vragen. Zijn behandelend arts wilde geen verklaring afgeven waaruit de noodzaak van beschermingsbewind naar voren kwam. Ook vonden Gerard en Erik dat hij prima in staat was om zelfstandig zaken te regelen. Budgetbeheer was dus de enige optie. Vanuit de reclassering zou er wel flink worden ingezet op hulp bij zijn financiën. Ze zouden hem bijvoorbeeld helpen om alle schulden in kaart te brengen en om zijn post te sorteren en verwerken.

Goed, dacht ik. We zullen het wel gaan zien.

We spraken af welke documenten en informatie ik allemaal nodig had van hem om het budgetbeheer op te kunnen starten. Het ging hier om redelijk standaard informatie, zoals een huurspecificatie, zorgpolis en energiecontract. Erik zou de documenten voor het einde van deze week bij mij in komen leveren.

Na meerdere herinneringsmailtjes en telefoontjes ontving ik ze uiteindelijk na vijf weken. Het budgetbeheer kon opgestart worden!

Ondertussen waren ze bij de reclassering al druk bezig om al zijn schulden in kaart te brengen en niet veel later kon Erik zich aanmelden bij de gemeente voor schuldhulpverlening.

De eerste afspraak daar kwam hij niet opdagen omdat hij het vergeten was.

De tweede afspraak kwam hij een half uur te laat en moest er dus weer een nieuwe afspraak ingepland worden.

De derde afspraak werd hij van te voren gebeld door Gerard en door mij en kwam hij op tijd! Zijn dossier werd in behandeling genomen en Erik werd aangemeld voor een 3-daagse cursus budgetbeheer (een verplichting vanuit de gemeente).

De eerste trainingsdag kwam hij op tijd maar had hij zijn administratie niet bij zich (wat wel de bedoeling was).

De tweede trainingsdag kwam hij te laat.

De derde trainingsdag kwam hij helemaal niet omdat hij het vergeten was.

De gemeente was niet blij.

Ondertussen leverde Erik ook zijn post niet in bij mij. Nou ja, soms kreeg ik een factuur van vier maanden oud, of een zorgpolis van twee jaar geleden. Maar de post die ik echt nodig had, ontving ik niet. Ik nodigde Erik uit voor een afspraak bij mij op kantoor. Ik zorgde ervoor dat ik hem er een dag van te voren én een uur van te voren aan herinnerde en was heel blij dat hij er was (wel een kwartier te laat).

Ik probeerde om op een rustige manier bespreekbaar te maken dat het zo niet echt goed ging. De gemeente was ondertussen van plan om het traject stop te zetten omdat Erik niet meewerkte. Ook was er steeds gevaar dat er nieuwe schulden ontstonden omdat hij zijn post niet op tijd mij me inleverde. Of soms gewoon helemáál niet bij me inleverde.

En toen ging Erik los. ‘Ik wordt schijtziek van dat gezeik van jou! Ik kan ook níks goed doen!’ Hij ging steeds kwader kijken en harder schreeuwen. ‘Ik ben er he-le-maal klaar mee! Rot toch op joh!’ – gevolgd door een aantal zeer bloemrijke scheldwoorden – en uiteindelijk eindigde zijn tirade met: ‘achterlijk kutwijf!’

Nu reageer ik meestal niet zo heel vriendelijk als iemand mij de huid vol scheld. Ik ben geen moeder Theresa en “de andere wang toekeren” is nooit mijn sterkste punt geweest. Echter, bij Erik zag ik dat hij ontzettend gefrustreerd was en dat zijn uitbarsting voortkwam uit pure onmacht. Maar voordat ik ook maar kon reageren, was hij mijn kantoor al uitgestampt en smeet hij de deur met een harde klap achter zich dicht.

Nou, dat was weer enerverend.

De volgende dag stond Erik weer voor de deur. Toen ik de deur voor hem opendeed, duwde hij een cadeautje in mijn handen. ‘Sorry!’ brulde hij, en liep vervolgens weer weg.

‘Wacht even Erik. Ik heb wel even tijd. Waarom kom je niet binnen,’  riep ik hem na.

En dat deed hij. Ik gaf hem wat te drinken en we namen plaats aan tafel.

‘Hoe gaat het met je?’ vroeg ik.

Hij haalde zijn schouders op, mompelde wat en begon te snikken. ‘Het spijt me dat ik zo lelijk heb gedaan. Ik weet niet wat me bezielde. Dat was echt niet oké.’ Hij gebaarde naar het cadeautje dat nu voor me op tafel lag. ‘Ik heb wat voor je meegenomen, hopelijk kun je me vergeven.’

Ik zei nog niets en maakte het cadeautje open. Het was een hele lekkere chocoladereep. Ik glimlachte naar hem. ‘Dat vind ik heel lief van je. Dank je wel. En ja, je bent vergeven, maar ik wil wel weten wat er nu toch aan de hand is.’

Weer haalde hij zijn schouders op, keek me een klein beetje wanhopig aan, maar begon toen te vertellen. Dat hij zijn hele leven al niet goed genoeg was. Voor niemand. Hij had thuis en op school altijd alleen maar commentaar gehad op zijn gedrag terwijl hij zo ontzettend zijn best deed. Hij voelde zich niets waard. Helemaal niets. En zie je nu wel, iedereen had gelijk gehad. Moet je eens kijken wat voor puinzooi hij van zijn leven had gemaakt. Hij barstte weer in huilen uit.

Ik schoof een doos tissues zijn kant op. ‘Je hebt ADHD hè,’ zei ik vriendelijk. ‘Dan gaan dingen gewoon wat anders dan bij de meeste mensen. Ik vind niet dat het ene beter is dan het andere, maar we leven helaas in een wereld waarin maar weinig ruimte is voor het andere. Daarnaast komt commentaar, ook als het goed bedoeld is, bij jou zo veel harder binnen.’

Hij keek me vragend aan.

‘Weet je eigenlijk wel wat ADHD precies inhoud?’ vroeg ik.

Hij schudde zijn hoofd. Niet echt, eigenlijk.

‘Misschien moet je een keer met iemand gaan praten om te begrijpen hoe dingen in jouw hoofd werken, zodat je kunt leren hoe je daar het beste mee om kunt gaan. Bel eens met je huisarts,’ (ik wist dat hij best fijn contact had met die man) ‘ik denk dat hij je wel een beetje kan helpen om iemand te vinden waar je mee kunt praten.’

Zijn gezicht klaarde op. ‘Ja, dat ga ik doen! En ik ga er voor zorgen dat je voortaan alles op tijd krijgt! En wat ik gisteren deed? Dat doe ik echt nooit meer,’ beloofde hij.

Ik knikte hem bemoedigend toe – maar wist wel beter.

Twee weken later stond Erik schreeuwend en scheldend tegenover me.

Een dag later kreeg ik weer een chocoladereep van hem.

Een maand later had de gemeente zijn traject stopgezet omdat hij drie afspraken niet was nagekomen. Het gesprek bij mij op kantoor om te bespreken hoe we nu verder moesten verliep niet heel soepeltjes. Erik schreeuwde en begon bijna te stampvoeten voordat hij boos mijn kantoor uit stormde.

Twee dagen later kreeg ik weer een chocoladereep van hem.

De weken werden maanden en ik had ondertussen al een stuk of zes repen van hem gekregen. Ik besloot dat het genoeg was. Zo kon het niet langer. Ik besprak nogmaals de mogelijkheid om beschermingsbewind aan te vragen. Nu waren zowel Erik, Gerard als zijn arts overtuigd dat dit de enige manier zou zijn om financiële rust te kunnen krijgen en om iets te gaan doen aan die schuldensituatie. De aanvraag werd gedaan (hetzij met enige vertraging omdat Erik een handtekening moest zetten en hij een aantal keren niet naar de afspraak kwam omdat hij die was vergeten) en een aantal maanden later stond Erik bij ons kantoor onder bewind.

Het lukte me vrij snel om zijn schulden te inventariseren. Ik meldde hem aan bij de gemeente voor schuldhulpverlening en het lukte uiteindelijk om een traject voor hem op te starten. Van Erik werd niet veel meer verwacht, wat zijn geestelijke gezondheid veel goed deed. Een chocoladereep heb ik in ieder geval nooit meer van hem gekregen.

O ja, op de schuldenlijst stond trouwens ook een vordering van een tankstation waar hij een keer getankt had zonder te betalen…

Wil je niets missen van mijn verhalen? Meld je dan hier aan voor de nieuwsbrief.

Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

2 gedachten over “De Chocoladerepen”

  1. Wow wat een verhaal weer!!! En zo heel erg herkenbaar. Zelf ben ik ook gediagnosticeerd als add gelukkig zonder de h anders zou het iets anders gaan in mijn leven. 🫣 maar wat een topper ben jij. Maar dat wist je al 😘 er zouden veel veel meer marielles moeten zijn in de wereld. Iedereen verdiend een Marielle in zijn leven. En gelukkig heb ik er een in mijn leven. Dank je wel.

Je kan de inhoud van deze pagina niet kopiëren

Scroll naar boven