
Geschatte leestijd: 11 minuten
Anton stond al aardig wat jaartjes onder bewind bij mij. In de beginperiode had hij flink wat schulden, maar ondertussen was hij schuldenvrij en woonde hij zelfstandig in een huurhuisje: een driekamerappartement op de eerste verdieping van een portiekflat.
Anton was verslaafd. Aan alcohol. Al zijn hele volwassen leven. De vijftig was hij ondertussen al gepasseerd. Een jaar geleden had hij eens drie maanden lang in een afkickkliniek gezeten. Het had destijds aardig wat voeten in aarde gehad om hem zover te krijgen. Hij vond het zelf allemaal niet zo nodig en vond dat hij het prima deed in het leven. Maar na lang aandringen van zijn familie (die hem overigens zijn hele leven al onvoorwaardelijk steunden) en van zijn hulpverleners ging hij akkoord met het traject. Na drie maanden was hij van de alcohol af en hadden ze hem handvaten gegeven om dit in zijn dagelijkse leven ook vol te blijven houden. Vol goede moed ging hij weer naar huis. Maar vervolgens was hij voor niemand meer bereikbaar. Na een week vonden ze hem laveloos in zijn woonkamer. Wat bleek: bij thuiskomst was hij linea recta naar de supermarkt gelopen en had daar bier en sterke drank ingeslagen. Vervolgens had hij het een week lang op een zuipen gezet (en was ook vergeten om tussendoor wat te eten).
Het afkicktraject was dus iets minder succesvol geweest dan gehoopt.
Op dit moment slikte hij medicatie: een aversiemiddel waardoor hij ziek werd van alcohol drinken. Dat had hij vaker gedaan in het verleden. Tot nu toe hield hij dat steeds een aantal weken tot enkele maanden vol voordat hij weer stopte met die medicatie en overstapte op de alcohol.
Zijn begeleiders hadden voorgesteld om zijn appartementje op te knappen. Nieuw behang, nieuwe vloer, gordijnen en misschien ook wat nieuwe meubeltjes. Wellicht dat een opgefriste omgeving hem goed zou doen. Ik had aardig wat kunnen sparen voor Anton, dus er was wel wat geld voor beschikbaar. We spraken af bij hem thuis.
Nadat ik had aangebeld deed Anton open. Hij had een sigaret in zijn mondhoek hangen en gebaarde enthousiast dat ik binnen mocht komen. Ik wees naar de brandende peuk en vroeg hem om die eerst even op het balkon op te roken.
‘O!’ riep hij. ‘Ik maak hem wel even uit. Geen probleem!’ Hij liep snel naar de woonkamer en kwam even later weer terug de gang in. ‘Zo, uitgemaakt, kom verder!’
Ik bedankte hem vriendelijk en liep achter hem aan naar de woonkamer. Van wat ik zag, was een beetje opknappen geen overbodige luxe. Het laminaat op de vloer was compleet versleten en op sommige plekken zelfs helemaal verdwenen waardoor je zicht had op de betonnen vloer. Op de muren zat afgebladderde verf in verschillende tinten rood, grijs en wit en voor de ramen hingen luxaflex die hun beste tijd in de vorige eeuw al hadden gehad.
Op de bank zaten twee mensen die ik nog niet eerder had gezien en voor het raam, dat wagenwijd openstond, stond Casper: Antons persoonlijk begeleider. Hij stond de restanten sigarettenrook naar buiten te wapperen. Casper en ik kenden elkaar al een tijdje vanwege een aantal gezamenlijke klanten die we hadden. Hij gebaarde naar de twee mensen op de bank. ‘Dat is Rosa,’ – de vrouw op de bank zwaaide naar me – ‘zij en ik ondersteunen Anton samen. Zij de ene week, ik de andere.’ Rosa knikte. ‘En dat is Gerben,’ ging Casper verder, ‘hij loopt stage en is vandaag met ons op pad.’ De jonge knul naast Rosa zwaaide ook naar me.
Ik zwaaide terug en draaide me om naar Anton. ‘Waarom geef je me niet eerst een rondleiding door je huis? Dan kan ik direct een beetje een idee krijgen van wat de bedoeling is.’
De rest van de woning was in dezelfde staat als de hal en de woonkamer: afgebladderde verf, behang dat losliet en een vloer die duidelijk aan vervanging toe was. Het was flink rommelig en op het gebied van schoonmaken viel nog wel wat winst te behalen (hoewel ik erger had gezien). In de keuken stond een vieze vaat van een aantal dagen (maar ook dat had ik wel erger gezien).
Tot ik op het balkon kwam. In de hoek stonden een stuk of vijf vuilniszakken. Een aantal waren al opengepikt door vogels (meeuwen waarschijnlijk, die zag ik een stukje verder op het grasveld al verlekkerd loeren). De inhoud van die zakken lag verspreid over het balkon. Ik hoorde wat geritsel. Ik hoopte door de wind maar ik vreesde dat het geluid afkomstig was van knaagdieren die het gratis buffet wel konden waarderen.
‘Waarom staan deze zo op het balkon?’ vroeg ik aan Anton.
Die begon een heel relaas over dat het toch echt wel een hele zware klus was om de vuilnis buiten te zetten.
‘Ja,’ zei Casper, die met ons meegelopen was door de woning heen, ‘dat is een van de actiepunten waar we mee bezig zijn, hè Anton.’
Anton stond met een serieus gezicht bevestigend te knikken.
‘Wat bedoel je?’ vroeg ik.
‘Een van de actiepunten voor onze ondersteuning voor Anton is dat hij zijn eigen woning een beetje netjes kan houden. Zoals bijvoorbeeld de vuilniszakken weggooien.’
‘Aha,’ zei ik.
Anton stond nog steeds te knikken.
‘En ondertussen laat je deze vuilniszakken dus op het balkon staan waar ze allemaal ongedierte aantrekken?’ vroeg ik hem.
Hij keek bezorgd. ‘Eigenlijk zouden we dat vorige week al opgepakt hebben, maar toen ging de afspraak niet door. Als het goed is gaan we hier deze week mee aan de slag.’
‘Aan de slag?’ vroeg ik. Ik voelde me net een papegaai.
‘Ja, dan gaan we samen naar de vuilcontainer.’
‘Aha,’ zei ik weer. ‘Nou, goed, laten we maar snel beginnen met elkaar. Zullen we in de woonkamer gaan zitten om te bespreken wat er allemaal mogelijk is?’
Ik nam plaats op de bank tegenover Rosa en Gerben. Oscar bleef een beetje bij het raam staan en keek afkeurend naar de overvolle asbak die op de salontafel stond. Zodra hij doorhad dat ik naar hem keek, haalde hij zijn schouders op en zuchtte eens diep. Hij had duidelijk net zo’n afkeer als ik voor die vieze rooklucht binnen, die ook nog eens in je kleding en in je haar ging zitten. Ik vroeg klanten altijd om even niet te roken als ik bij hen thuis was, dat scheelde altijd wel, maar vaak werd er binnen zo veel gerookt dat de geur ervan permanent in de lucht hing. Ik haalde dus ook mijn schouders maar op.
‘Goed,’ zei ik, ‘jullie hebben mij gevraagd om er vandaag bij te zijn, zodat we met elkaar kunnen kijken wat er allemaal nodig is en mogelijk is om de woning een beetje op te knappen. Hebben jullie zelf al een idee?’
Anton, die ondertussen tegenover me was gaan zitten, helemaal in het hoekje van de bank, naast Rosa, knikte weer. ‘Jazeker!’ riep hij enthousiast, ‘ik wil een nieuwe vloer, een mooi behangetje en het plafond moet nodig gewit worden.’
Ik keek omhoog. Het plafond had een gelige bruinige kleur van alle nicotine. Ik haalde mijn neus op. ‘Nou, dat witten van het plafond zal alleen maar zin hebben als jij stopt met binnen roken. Anders is het dweilen met de kraan open.’
‘Ja,’ viel Oscar me bij, ‘daar hebben wij het ook al over gehad met hem.’
‘Eén van jullie actiepunten?’ vroeg ik.
Oscar knikte. ‘O,’ zei hij toen, ‘we moeten het ook nog even over je koelkast hebben, toch?’ Hij keek vragend naar Anton. ‘Het klepje van het vriesgedeelte is stuk,’ lichtte hij toe terwijl hij mij weer aankeek. ‘Loop anders maar even mee, dan laat ik het je zien. Nee nee,’ zei hij nu tegen Anton,’ blijf jij maar lekker zitten. Ik weet de weg.’
Ik had wel door dat Oscar me even onder vier ogen wilde spreken, dus stond ik op en liep achter hem aan naar de keuken. Hij opende de koelkastdeur en inderdaad, het klepje van de vriezer was stuk waardoor zich een dikke ijslaag had gevormd in het vriesvakje. Daar zou nog maar net een enkele magnum in passen. De mini-variant.
‘Zo te zien is deze koelkast in zijn geheel wel aan vervanging toe. Daar is wel budget voor hoor.’ Ik keek Oscar vragend aan.
Hij leunde tegen het aanrecht aan. ‘Hoeveel budget is er denk je? Voor het opknappen van de woning?’
‘Meer dan genoeg voor een nieuwe vloer, verf, behang, gordijnen en een nieuwe koelkast. Maar als er ook nog werklui ingehuurd moeten worden om alles op te knappen gaat het wel wat krap worden.’
Oscar knikte. ‘Daar heb ik denk ik wel een oplossing voor. Maar wat ik nog even wilde bespreken met je: Rosa en ik hebben het er over gehad om het opknappen van zijn woning te gebruiken als een soort incentive om hem te motiveren in de actiestand te komen.’ Hij keek zuchtend naar het balkon. ‘Zou je daar in mee kunnen gaan denk je?’
‘Ik denk dat dat een prima plan is. Sterker nog, als er nu veel geld uitgegeven gaat worden aan zijn woning zou dat in mijn ogen ontzettend zonde zijn. Als hij zijn gedrag niet veranderd, zal de woning er binnen de kortste keren weer uitzien zoals nu.’
Hij blies zijn wangen op en liet de lucht weer ontsnappen. Hij klonk een beetje als een leeglopende ballon. ‘Daar heb je helemaal gelijk in,’ zij hij uiteindelijk. ‘Nou, goed, fijn, dan staan wij in ieder geval op één lijn.’
Ik wees naar de koelkast. ‘Maar die moet wel direct vervangen worden lijkt me.’
Oscar knikte. ‘Ja, daar kunnen we niet te lang meer mee wachten inderdaad.’
We liepen weer terug naar de woonkamer. Anton keek ons nieuwsgierig aan.
Ik knikte naar hem. ‘Ja, die is inderdaad aan vervanging toe.’ Ik ging weer zitten. ‘Is het een idee dat jullie met elkaar een nieuwe koelkast uit gaan zoeken? Dan zorg ik ervoor dat hij betaald kan worden.’
Anton keek zeer tevreden en Rosa liet weten dat ze tijdens het volgende huisbezoek haar laptop mee zou nemen om online een nieuwe koelkast uit te kiezen.
Oscar bracht het gesprek op het opknappen van de woning. Het was duidelijk wat er nodig was en vanuit de maatschappelijke organisatie konden ze voor weinig geld mensen inhuren die de vloer konden leggen en die konden verven en behangen. Dat zou allemaal nog prima binnen het beschikbare budget passen.
‘Voor wat betreft het opknappen van de woning…’ Oscar richtte zich op Anton. ‘Ik heb van Mariëlle begrepen dat hier wel wat budget voor is.’
Ik knikte bevestigend. Anton keek me stralend aan.
‘De eerste stap die we moeten gaan zetten,’ ging Oscar verder,’ is te gaan werken aan het actieplan dat we samen hebben opgesteld.’
Anton begon wat bedenkelijk te kijken.
‘Wat Mariëlle al zei: het heeft natuurlijk geen zin om hier alles helemaal mooi te maken, om daar veel tijd en geld in te steken, als het vervolgens binnen een half jaar weer één grote rommelbende is.’
Rosa tegenover me knikte.
Anton kreeg een diepe frons tussen zijn wenkbrauwen.
‘Wat denk jij Anton, wanneer kunnen we daar mee gaan starten?’ Oscar keek Anton vragend aan.
Met een diepe zucht trok Anton zijn benen onder zich en kroop wat verder weg in de hoek van de bank. ‘Tsja,’ zei hij, ‘het is niet gemakkelijk. Ik heb natuurlijk mijn dagbesteding waar ontzettend veel tijd in gaat zitten.’ (Anton deed een middag per week vrijwilligerswerk in het wijkcentrum). ‘En daarnaast moet ik regelmatig naar de dokter en op bezoek bij mijn ouders.’
Naast hem zat Rosa begrijpend te mompelen.
‘En jullie komen maar één keer per week. Dat is niet heel veel tijd.’ Anton keek naar Oscar. ‘Ik vind het lastig hoor, om aan te geven hoe lang het allemaal zal gaan duren.’
‘Nou ja,’ antwoordde Oscar,’ we kunnen natuurlijk beginnen met de rommel in huis een beetje op te ruimen.’
‘Ja, ja, dat is zeker een goed begin!’ Anton knikte geestdriftig.
‘En daarna misschien een beetje schoonmaken.’
Anton knikte, nog steeds geestdriftig.
‘We hebben het ook gehad over het roken, dat je dat voortaan op het balkon kunt doen.’
Anton knikte nog steeds, hetzij iets minder geestdriftig.
Gerben, de stagiair die zich de hele tijd nog niet had gemengd in het gesprek, keek geïnteresseerd van de ene naar de ander maar hield zich verder stil.
‘Maar goed, dan moet je natuurlijk wel ruimte hebben op het balkon,’ ging Oscar verder. ‘En dat betekent dat je de vuilniszakken daar niet meer neer kunt zetten.’
‘Ja, ja, dat is zeker zo. Maar het is lastig hoor. Ik heb vaak geen puf meer. Die zak is altijd zo zwaar en de trap is ook best vermoeiend. Voor mij is het dan het makkelijkst om die zak tijdelijk op het balkon neer te zetten, totdat jullie er zijn zodat we hem samen in de container kunnen gooien.’ Anton keek er heel serieus bij.
Rosa mengde zich in het gesprek. ‘Laten we dat de volgende keer ook oppakken samen. Ik zal het op ons actielijstje zetten.’
Ik keek eens goed naar Anton. Ik kende hem al aardig wat jaartjes en wist dat hij heel goed in staat was om een vuilniszak weg te gooien. Serieus, waar hebben we het over. Maar hij vond het zo te zien allemaal wel prima. Het is tenslotte een stuk gemakkelijker als iemand anders jouw klusjes opknapt.
‘Wie doet jouw boodschappen?’ vroeg ik hem vriendelijk.
‘Dat doe ik zelf,’ antwoordde hij.
‘Dus die boodschappentassen kun je wel gewoon zelf dragen. De trap op.’
‘Uh,’ reageerde hij.
Oscar maakte een klein keelgeluidje en probeerde een grijns te onderdrukken.
‘Anton,’ zei ik, ‘het is natuurlijk van de zotte dat jij hier doet alsof je niets kunt. Je bent prima in staat om een vuilniszak op te pakken, die ene trap naar beneden te lopen en de zak in de container te gooien, die hier nota bene recht tegenover de flat staat! Ik ga echt niet mee in deze poppenkast. Je bent geen klein kind en je mankeert ook niets aan je handen.’
Rosa en Gerben keken me geschokt aan. Rosa keek vervolgens heel bezorgd naar Anton, die mij alleen maar aanstaarde.
Ik trok een wenkbrauw op.
Anton kuchte.
Ik hield mijn hoofd een beetje schuin terwijl ik hem aan bleef kijken.
Hij perste zijn lippen op elkaar en begon wat heen en weer te schuiven. Vervolgens keek hij me schaapachtig aan en kreeg een kleine glimlach op zijn gezicht. ‘Goed, goed, ik zal mijn best gaan doen.’
Dat was verrassend...
Ik schoot in de lach. ‘Nou, dat lijkt mij dan weer een prima plan.’
We spraken af met elkaar dat Rosa en Oscar mij op de hoogte zouden houden van de vorderingen. Wanneer zij groen licht gaven, konden de spullen die nodig waren voor het opknappen besteld worden.
Niet veel later stonden Oscar, Rosa, Gerben en ik op de stoep naast onze auto’s. We hadden het nog even over de koelkast. Het was niet verstandig om het geld hiervoor naar de leefgeldrekening van Anton te storten, dus we spraken af dat Rosa mij volgende week de link zou sturen zodat ik hem via de beheerrekening kon betalen.
Net op het moment dat we elkaar gedag zeiden, kwam Anton het gebouw uitgelopen met in iedere hand een vuilniszak. ‘Ik gooi ze direct maar even in de container!’ riep hij enthousiast naar ons, terwijl hij de straat overstak.
‘Goed zo Anton,’ riep ik terug en ik stak mijn duim op.
Oscar begon te gniffelen. Rosa kon alleen maar verbaasd haar hoofd schudden. Gerben wist zichzelf even geen houding te geven.
‘Tsja.’ Ik haalde mijn schouders op en keek ze grijnzend aan. ‘Jullie hebben gewoon heel wat meer geduld dan ik,’ zei ik er knipogend achteraan. ‘Ik wens jullie veel succes en ik hoor het allemaal wel!’ Ik stak mijn hand op, stapte in mijn auto en reed de straat uit richting kantoor.
In het voorbijgaan zwaaide Anton, die zojuist de twee vuilniszakken in de container gekieperd had, goed gedaan hoor Anton, enthousiast naar me. Ik zwaaide enthousiast terug.
Twee jaar later stond het geld voor het opknappen van de woning nog steeds op de rekening.
Tsja…
Vond je het een interessant verhaal, of misschien juist grappig of ontroerend? Je kunt mijn werk steunen door een duimpje te geven, het verhaal te delen of door hieronder een bericht achter te laten.
Was weer leuk geschreven Marielle.
Hoewel de rillingen over mijn lijf liepen, eerlijk gezegd ben ik vaker in dit soort huizen geweest.
Je krijgt mij met geen stok meer in zo’n huis naar binnen.
Je kan aan mijn reactie zien dat je het heel goed geschreven hebt.
Liefs voor jouw, en lekker doorschrijven.
Och jee. Inderdaad, een kennismaking met een vervuild of verwaarloosd huis vergeet je niet snel meer! Mijn excuses dat dit verhaal die herinnering getriggerd heeft (🤭) en bedankt voor het leuke compliment! 🌺
Weer erg leuk om te lezen.
Dat is voor mij dan weer heel leuk om te lezen 😉
Dank je wel. Ik moet er, jaren later, nog steeds een beetje om grinniken…